Ivf en 40 jaar quotes,zofran overdose pregnancy,conception meaning in punjabi,when to start ttc after miscarriage babycenter - PDF Review

12.12.2015


Geintegreerde Fertiliteitszorg De rol van de derde lijn Greet Lammens, fertiliteitsarts Minouche van van Rumste, gynaecoloog CATHARINA ZIEKENHUIS EINDHOVEN. Genetic counseling in de diagnostiek en behandeling van borstkanker op jonge leeftijd Senno Verhoef, klinisch geneticus Polikliniek Familiaire Tumoren. Door Amber van Pinxteren op 28 april 2009 om 10:33, in de categorie Actualiteiten en Zwangerschap. In ruim 25 jaar dat in vitro vertilisatie (ivf) wordt toegepast, is ouders altijd verteld dat ivf-kinderen niet meer kans hebben op een aangeboren afwijking hebben dan kinderen die via de natuurlijke weg zijn verwekt. Bij baby’s die op natuurlijke wijze zijn verwekt, is de kans op een aangeboren afwijking 3%.
Dat is nog steeds laag, maar uitgedrukt in percentages gaat het toch om een toename van zo’n 40 tot 50%, schreef de Volkskrant afgelopen weekend in een groot artikel over de nieuwe ontwikkelingen rond ivf. Volgens de CDC hebben kinderen die via ivf zijn verwekt vooral een hoger risico op hartafwijkingen en slokdarmvernauwingen. Verrassend aan het onderzoek is dat de grotere kans op afwijkingen zeer waarschijnlijk niet wordt veroorzaakt door de ivf-methode, maar door de vruchtbaarheidsproblemen van de ouders. Wat de Amerikaanse gedachte nog eens extra sterk maakt, is dat de Zweden 2 jaar geleden aantoonden dat ook ouders die langer dan een jaar bezig zijn geweest om zwanger te worden, eveneens een verhoogd risico hebben om een kind te krijgen met een aangeboren afwijking. Hoewel gynaecologen in de spreekkamer al wel vertellen over het verhoogde risico, zwijgen de voorlichtingsfolders nog in alle talen. Artsen willen niet verplicht zijn om een patient te laten sterven, als die niet meer wil leven. Deze dia-presentatie werd door bovenvermelde spreker ter beschikking gesteld van de VVOG-homepagina De auteur behoudt zijn volle auteursrechten op deze. Deze dia-presentatie werd door bovenvermelde spreker ter beschikking gesteld van de VVOG-homepagina De auteur behoudt zijn volle auteursrechten op deze mededeling Hij is anderzijds zelf verantwoordelijk voor eventuele schending van de copyrigth-rechten van derden binnen zijn dia-voorstelling De VVOG zal deze beelden enkel gebruiken op de homepagina en voor de aanmaak van de cdrom die van iedere studiedag gemaakt wordt De VVOG zal deze presentatie zelf niet verder ter beschikking stellen van derden. Leeftijd en (in)fertiliteit Conclusie Tussen de leeftijd van 37 en 40 jaar vermindert de vruchtbaarheid van de vrouw exponentieel. Stroom, Spanning & Weerstand -Stroom, spanning en weerstandStroom, spanning en weerstand Klik op het onderdeel waarvan je meer wil weten. Baarde en de goede Hoofdstuk 4: Onderzoeksontwerp Contact Dit document is samengesteld door onderwijsbureau Bijles en Training. Motorschakelingen Klik op het onderdeel waarvan je meer wil weten -Aan – uitschakelingAan – uitschakeling -Werking 3 fase motorWerking 3 fase motor.
Wetenschappelijke Raad ? Adviesorgaan van de ‘Raad van Bestuur’ ? Samenstelling: 8 UZ 4 niet-UZ PhD’s Voorzitter VVOG voorzitters werkgroepen.
Alcohol en zwangerschap: Welke vrouwen blijven drinken en wat is de rol van de verloskundige? Zelfbeschikkingsrecht van vrouwen Congres Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann 28 september 2009.
Motorschakelingen -OmkeerschakelingOmkeerschakeling Klik op het onderdeel waarvan je meer wil weten. Door op het mapje te klikken open je een lijst van alle documenten (gelezen en ongelezen) die aan de zoekopdracht voldoen. In vergelijking met vele andere diersoorten is de mens van nature een slechte voortplanter, althans gezien per eisprong.
Een vrouw die binnen vier maanden na de eerste coitus met de vader van haar kind zwanger werd had 40 % kans op deze complicatie, 8 maal zo veel in vergelijking met vrouwen die langer dan een jaar onbeschermde coitus hadden. Waarschijnlijk treedt er een soort 'gewenning' op aan de antigenen van paternale herkomst (via contact met het zaad). Toch is over een langere periode genomen de kans dat een paar een kind krijgt ongeveer 90 %, waarmee het over-all voortplantingsvermogen van de mens niet onderdoet voor dat van de meeste andere vertebraten. De BALSAC database betreft een geografisch sterk geisoleerd gebied in de provincie Quebec in Canada, waar de populatie van Saguenay Lac St-Jean (SLSJ)- een streng Rooms Katholieke groep kolonisten- van 1839 tot 1970 is bestudeerd. Het op zich logische idee dat een vrouw die op oudere leeftijd pas aan kinderen wil beginnen verhoudingsgewijs vruchtbaarder is dan de gemiddelde groep vrouwen van diezelfde leeftijd ( omdat daar ook vrouwen bij zitten die al jaren bezig zijn met krijgen van kinderen) komt hier eigenlijk maar ten dele uit. 10 % van alle vrouwen kregen geen kind meer na het dertigste, 50 % na de leeftijd van 40.6 jaar. Een van de problemen van deze analyse is dat deze opgaat voor paren die grofweg honderdvijftig jaar geleden hebben geleefd, en het is maar de vraag of je dat naar het heden mag extrapoleren. Een bekend onderzoek is dat van Tietze, die in de veertiger jaren van de twintigste eeuw- toen nog weinig behandeling mogelijk was- bij vrouwen die een kind hadden gekregen naging hoeveel maanden dit had geduurd. Uit deze cijfers kan de kans per maand worden berekend, dat wil zeggen de kans dat de groep die nog niet zwanger geworden is, in de daarop volgende maand zwanger wordt.
Best fit curve van de kans op een zwangerschap per maand in relatie tot de duur van de kinderwens.
De 'Best fit curve van de kans op een zwangerschap per maand in relatie tot de duur van de kinderwens.
Uitgaande van deze kansen wordt de kans van 5 procent per maand bij een jonge populatie (gemiddeld 25 jaar- vruchtbaar en onvruchtbaar samen) ongeveer na 14 maanden bereikt, en bij een wat oudere populatie (gemiddeld 30 jaar) na ongeveer 12 maanden. Een doorsnee populatie is een groep mensen waar zich zowel vruchtbare als onvruchtbare paren bevinden.
Ook Frank Van Balen onderzocht hoevelen een kind kregen na 6, 12 en 24 maanden in relatie tot de duur van de kinderwens. In de praktijk betekent dit dus bij velen, vooral rond het 35e, dat het langer duurt voordat de gewenste zwangerschap zal ontstaan. We spreken van een vruchtbaarheidsprobleem als een zwangerschap na twaalf expositiemaanden nog niet is ontstaan.
Bovendien neemt echter ook het percentage vrouwen dat nooit meer zwanger zal worden met de leeftijd toe. Van Balen vond dat 74 % van behandelde onvruchtbaarheidpatienten onder de 23 jaar binnen vier jaar zwanger werden tegenover 62 % bij vrouwen boven de 30 jaar.
In de jaren negentig is in de omgeving van Bristol in Engeland, onder leiding van Jean Golding, een grootschalig prospectief onderzoek verricht naar de invloed van een groot aantal factoren op het ontstaan en verloop van de zwangerschap. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw heerste er in de vrouwenkliniek van het Academisch Ziekenhuis Utrecht onder invloed van Prof.
Prof te Velde, de medeauteur van dit artikel, is zich deze kritiek bewust en heeft geprobeerd bijvoorbeeld in latere rapporten voor de ziekenfondsraad hiernaar te corrigeren (Te Velde 1995).
Concluderend is het model wel bruikbaar voor jonge vrouwen tot 30 jaar maar neemt de betrouwbaarheid sterk af naarmate de vrouw meer boven die leeftijd komt.
Cumulatief zwangerschapscijfer leidend tot de geboorte van een levend kind ongeveer negen maanden later (dus excl miskramen) tijdens de observationele periode bij een infertiliteitspopulatie waar geen oorzaak gevonden werd, met een gemiddelde infertiliteitsduur van 42 maanden.
Collins splitste nog af de groep die afgevallen waren omdat zij een behandeling hadden gekregen, zodat over bleef de groep die in het geheel geen behandeling hadden gekregen.
Zoals ook uit de hierboven getoonde cijfers blijkt dat naast de duur van de onvruchtbaarheid ook de leeftijd van de vrouw een belangrijke factor is. Omdat bij deze groep de oorzaak van de onvruchtbaarheid meestal gelegen is in het feit dat de man geen zaad heeft, en de vrouw meestal gezond is, geeft dit een redelijke schatting van het leeftijdseffect.
Dik Habbema en zijn groep aan de universiteit van Rotterdam heeft geprobeerd een aantal van de bovenstaande modellen samen te voegen en een score op te stellen waarmee een kansberekening gemaakt kan worden; Claudine Hunault was eerste auteur (Hunault 2004).
Door iedere factor te rubriceren en alle verkregen getallen bij elkaar op te tellen krijgt men een som, die op de onderstaande grafiek kan worden afgelezen, en waarmee de kans kan worden berekend op de geboorte van een kind van een zwangerschap die binnen een jaar is ontstaan. In dit model, dat pretendeert de drie groepen als het ware 'bij elkaar' te nemen zijn echter uitsluitend twee mogelijkheden ingebouwd voor de 'verwijzingsstatus': 0 punten voor een primaire en secundaire en 4 punten voor een tertiaire verwijzingsstatus. De gynaecoloog dr Maarten Wiegerinck heeft ooit eens een programma gemaakt waarin de kans op een zwangerschap berekend kon worden volgens de verschillende prognostische modellen. Er is geen twijfel over dat de afname van de kans op een kind in relatie tot de leeftijd bij in principe vruchtbare vrouwen samenhangt met de kwaliteit van de eicel.
De bevruchtingskans is tot boven het 42e onveranderd, en blijft gelijk (deze is afhankelijk van de zaadcelkwaliteit en de kwaliteit van de schil van de eicel, maar uiteraard nooit 100 %) maar de kans dat het embryo er na 14 dagen nog is, is b.v. Zoals gezegd is de leeftijd van de vrouw de belangrijkste factor van binnenuit die tot een vermindering van kansen leidt. Van oudsher wordt gesteld dat, als u een regelmatige cyclus hebt, de meest vruchtbare periode ongeveer halverwege de cyclus is. Kans van vrouwen met een regelmatige cyclus om in het ‘vruchtbare venster’ te zijn, gerangschikt naar gemiddelde cycluslengte.
Er is evolutionair gezien een goede reden voor het feit dat bij de mens per maand slechts een minderheid van de vrouwen direct zwanger worden. Nonaka K, Miura T, Peter K Recent fertility decline in Dariusleut Hutterites: an extension of Eaton and Mayer's Hutterite fertility study.
The timing of the "fertile window" in the menstrual cycle: day specific estimatesfrom a prospective study. Om het te downloaden, raad, alsjeblieft, deze presentatie aan je vrienden in de sociale netwerken. De verpleegkundig specialist binnen de ketenzorg van het mammacarcinoom ADRZ, loc Goes Woensdag, 2 oktober 2013.
Kinderen die worden geboren via ivf hebben 4,5% kans op een aangeboren afwijking, maakte de Amerikaanse federale gezondheidsdienst CDC in Atlanta onlangs bekend. De ouders zijn niet voor niks op ivf aangewezen; via de natuurlijke weg konden ze geen kinderen krijgen. De fundamentele biologische reden kan ook met de moderne technieken van voortplanting niet worden opgeheven. Doelen Aan het einde van de les weten jullie: dat er verschillende redenen zijn voor anticonceptiegebruik dat het ook voor jezelf belangrijk.
Het moet als gezegd een evolutionair voordeel hebben als het gemiddeld langer duurt voordat een kind zich aankondigt.
Opmerkelijk is dat- met name boven het dertigste- de kans ook in de loop de jaren sterk is afgenomen. Zij hebben per gezin veel kinderen, en bv eileiderproblemen als gevolg van ontsteking komen vrijwel niet voor. Een van de kenmerken was dat de vrouwen kort borstvoeding gaven, dat voorbehoedmiddelen verboden waren, dat intravaginale seks voor het huwelijk uit den boze was en dat de gezinnen gemiddeld ongeveer twaalf kinderen hadden (Bouchard 1989). De maandelijkse zwangerschapskans (Monthly Fecundity Rate MFR) is gedaald van 30 % in de eerste maand tot 15 % van het restant na 6 maanden en 10 % na een jaar. Dit houdt ook in dat op oudere leeftijd meer vrouwen met een vruchtbaarheidsprobleem zullen worden geconfronteerd. Het percentage vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen neemt toe van ongeveer 10 % op 20 jarige leeftijd naar 25 % op 35 jarige leeftijd. Dat wil zeggen dat in die leeftijdsgroep vier op de vijf vrouwen in het tweede jaar niet meer zwanger wordt. Omgekeerd wil dat zeggen dat 26 % van jonge vrouwen, tegenover bijna 40 % bij oudere vrouwen niet meer zwanger werd.


Hiertoe werd een groot aantal paren die een beginnende zwangerschap hadden, en de kinderen die daaruit ontstonden, gedurende zeven jaar vervolgd, onder andere om na te gaan wat de invloed van allerlei omgevingsfactoren op het verloop van de zwangerschap is.
Helaas is deze correctie, die uitsluitend op een 'educated guess' (Authority Based Medicine) berust, echter nooit in de literatuur verschenen en wij kunnen dan ook de werkelijke waarde niet beoordelen. Toch wordt dit model vaak in universiteiten gebruikt met name bij oudere vrouwen om te beoordelen of zij voor een of andere vorm van behandeling in aanmerking komen. Collins was van mening dat de spontane kans onvoldoende geobjectiveerd was, en besloot een prospectief onderzoek te verrichten.
7 % van het restant werd zwanger tussen het vierde en vijfde jaar, 15% tussen het vierde en zevende jaar. Omdat daar vaker patienten bij zitten die behandeling niet nodig hebben juist omdat zij zwanger werden komen de cijfers dan iets gunstiger uit. Van Noord Zaadstra onderzocht de maandelijkse kans op een kind bij patienten die met KID (kunstmatige inseminatie met donorzaad) werden behandeld. Hoe ouder de vrouw is op het moment van de start, hoe lager de maandelijks kans op een kind. De score is een soort hybride, en voegt de verwijzingsstatus toe aan de reeds eerder gepubliceerde modellen.
Met die vier punten extra neemt de kans gemiddeld hooguit met 5 % af, terwijl de verschillen tussen met name de cijfers van Collins veel groter zijn.
Je moest dan een aantal variabelen invoeren, waarna een kansberekening volgens de verschillende modellen volgde. U kunt hiermee zelf uw kans per maand , en de cumulatieve kans over een aantal maanden berekenen op grond van een aantal parameters.
Als deze niet goed genoeg is om een kind te worden, dan kan de eicel wel bevrucht worden, maar dan nestelt het embryo (de bevruchte en zich delende eicel) zich niet in. Bij een cyclus van 28 dagen werd meestal geadviseerd tussen de 10e en 17e dag zo ongeveer om de dag gemeenschap te hebben.
In verhouding tot de duur dat de mensheid bestaat, is van echte beinvloeding van de vruchtbaarheid nog maar relatief korte tijd sprake.
Simple model and empirical method for the estimation of spontaneous pregnancies in couples consulting for infertility.
The social biology of very high fertility among the Hutterites, the demography of a unique population. Correlation between oral sex and a low incidence of preeclampsia: a role for soluble HLA in seminal fluid?
Association of pregnancy-induced hypertension with duration of sexual cohabitation before conception. Association of pregnancy-induced-hypertension, pre-eclampsia, and eclampsia with duration of sexual cohabitation before conception.
De landelijke werkgroep van de gynaecologenvereniging NVOG gaat de geruststellende tekst voor ouders aanpassen.
Female fecundity as a function of age: results of artificial insemination in 293 nulliparous women with azoospermic husbands. De talrijke tests om de eicelreserve te bepalen helpen om de individuele discordantie tussen chronologische en biologische leeftijd bij te sturen maar hebben geen absolute waarde. De patient moet de zorgverlener goed, eerlijk en volledig op de hoogte stellen van zijn problematiek. Het kan niet anders dan dat dit evolutionair van voordeel is: als alleen zij die direct zwanger zijn een grotere kans op nageslacht zouden hebben, zouden de anderen allang als gevolg van de Darwiniaanse regels 'uitgemendeld' zijn, dat wil zeggen in de daaropvolgende generaties zijn verdwenen. Er zijn diersoorten waarbij iedere paring resulteert in nageslacht; de mens is echter een diersoort waarbij als geen andere het nageslacht gedurende vele jaren volledig afhankelijk is van de ouders. Mogelijk dat paren die het al die tijd met elkaar uithouden een grotere kans hebben dat dat zo blijft ook tijdens de volstrekt afhankelijke levensfase van het kind.
Zij mogen geen radio of TV hebben, monogamie is uiteraard verplicht en anticonceptie is voor hen uit den boze. Uiteraard is sprake van de 'relatieve' anticonceptieve werking van borstvoeding: tijdens deze periode zijn de meeste vrouwen sterk verminderd vruchtbaar.
Geslachtziekten komen vrijwel niet voor, en de sociale pressie om op jonge leeftijd te huwen (ook al is het tegen je zin) zou mogelijk iets minder kunnen zijn dan bij de Hutterieten. Omdat men zou verwachten dat het hebben van een groot gezin de kinderwens voor een volgend kind en daarmee ook het seksueel gedrag kan beinvloeden- hetgeen niet opgaat voor pasgetrouwde kinderloze paren van dezelfde leeftijd- zou een verschil tussen beide groepen niet onlogisch zijn. Van het restant werd in het volgende jaar bijna 50 % zwanger, waarmee het totaal na 24 maanden op 95 % komt. Later heeft Tietze onderzocht hoe groot de cumulatieve kans op een doorgaande zwangerschap is bij paren die met hetzij met de pil stopten, hetzij het spiraal lieten verwijderen. Dat wil zeggen: een op tien paren waarvan de vrouw 20 jaar is ervaart een vruchtbaarheidsprobleem, tegen een op vier paren waarvan de vrouw 35 jaar is. Deze studie is geheten de Avon Longitudinal Study of Pregnancy and Childhood, (ALSPAC), ook wel 'children of the nineties' genoemd. Wel is de correctie in het programma 'Progknow' (eerder geheten 'Progno', zie later) en in het leerboek 'Fertiliteitsstoornissen' ingebouwd, waarbij overigens naar het artikel van Eimers wordt verwezen, en waarin verder geen melding gemaakt wordt van deze 'correctie'. Een ander probleem is dat het model geen rekening houdt met mogelijke veranderingen in vruchtbaarheid in de loop der jaren.
Hij vervolgde 2198 onbehandelde paren (28125 cycli) die zich tussen 1984 en 1987 jaren met kinderwens hadden gemeld gedurende de daaropvolgende 4 tot 7 jaar in elf academische centra. De maandelijkse kans (van het restant, dat nog niet zwanger is) op een kind kan hieruit berekend worden. Snick was sterk geinteresseerd in infertiliteit, en hij heeft het grote voordeel dat 'shopping' in zijn regio vrijwel uitgesloten was.
Als men het dertigste jaar als referentiepunt neemt (overigens: een op vijf werd in de eerste cyclus zwanger), is de maandelijkse vruchtbaarheid gehalveerd op het 35 e, nog maar een kwart op het 38e en nog maar een tiende op het veertigste.
Hoe hoger de score, hoe lager de kans om binnen een jaar alsnog spontaan zwanger te worden.
Beter is het daarom allereerst de verwijzingsstatus te beoordelen en om dat na te gaan welk van de modellen het best van toepassing kan zijn. Ik heb inmiddels voldoende verzoeken gehad om het programma op de web-site te plaatsen, maar het is nog niet gelukt om het vrij verkrijgbaar te laten zijn.
Uiteraard speelt de kwaliteit van het endometrium (het baarmoederslijmvlies) ook een rol, maar het endometrium blijft meestal veel langer goed. Deze gegevens zijn verkregen in Matlab Thana, Bangladesh door Holman, die 1591 cycli vervolgde, waarin 329 vroege zwangerschappen ontstonden en 232 bevallingen, en waarin hij 4400 hele gevoelige hCG bepalingen verrichtte (Holman D, 2000) De cijfers 28 dagen na de bevruchting zijn niet afkomstig uit zijn onderzoek maar zijn verkregen uit de reeds eerder bekende gegevens in relatie tot de leeftijd toenemende kans op een spontane miskraam tussen 3 en 4 weken na de bevruchting.
Er zijn echter ook een aantal factoren van buitenaf die kunnen leiden tot een kansvermindering, waar wel wat aan te doen is.
Zwangerschap kan optreden als coitus gedurende een aantal dagen voor en de dag van de ovulatie plaats vindt, het zogenaamde ‘vruchtbare venster’.
Het is aannemelijk dat als iedere coitus, ook de allereerste, of een vluchtig seksueel contact, zou leiden tot een zwangerschap- zoals dat het geval is bij sommige diersoorten- het maar de vraag is of het kind dat dan geboren zou worden, in de natuur een betere overlevingskans zou hebben, dan wanneer het is ontstaan na een wat langer durende relatie tussen twee partners, met name wanneer het kind bewust is geconcipieerd.
Eindverslag ontwikkelingsgeneeskundig project OG89- 066, 1995 Instituut Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam. Zelfs de meest efficiente behandeling kan ten hoogste het intrinsieke maar verminderde vruchtbaarheids- potentieel van de vrouw optimaal benutten. Er zijn ook voordelen aan het feit dit een kind niet direct nadat de relatie begonnen is, verwekt wordt: de kans op zwangerschapsvergiftiging (vroeger genoemd 'toxicose', tegenwoordig genoemd 'pre-eclampsie', maar het is hetzelfde) neemt bijvoorbeeld af naarmate de relatie langer duurt (Robillard, 1994, 1996). Er zijn in de evolutie aanwijzingen dat het nageslacht van de mens een grotere kans op het bereiken van de volwassen leeftijd heeft- en daarmee op zijn beurt weer eigen kinderen- als die fase van afhankelijkheid ondersteund wordt door beide ouders. Seks heeft dan ook bij de mens niet uitsluitend een functie in de voortplanting, maar vooral en allereerst een functie in de paarvorming ('bonding'). De vruchtbaarheid herstelt zich meestal pas na het stoppen van de borstvoeding Hoewel het leeftijdseffect in deze groep duidelijk is, is hierin u niet verdisconteerd de afname van coitusfrequentie in relatie tot leeftijd, en de invloed van het hebben van een groot gezin op de kans op een volgend kind. Ook daar is uit de goed bijgehouden en gepreserveerde kerkregisters de jaarlijkse kans op een kind berekend. Die hypothese gaat echter in deze cijfers alleen op voor vrouwen tussen de dertig en veertig. Meestel doen we de bevinding eerst en gaan we daarna een verklaring ervoor zoeken, waarbij vervolgens de meest plausibele verklaring als waarheid wordt aangenomen.
Op 18 jarige leeftijd is 80 procent binnen 6 maanden zwanger, terwijl dat op 35 jarige leeftijd nog maar de helft is, 45 %. Toch kan de kans op een spontane zwangerschap na een jaar kinderwens nog aanzienlijk zijn: gewoonlijk wordt gesteld dat die in het tweede jaar nog steeds maar liefst 50 % is, maar ook dat is sterk leeftijdsafhankelijk, en dat geldt alleen voor vrouwen onder de dertig jaar. Zo bleek uit deze studie dat de kans op een eerder doorgemaakte miskraam 27 % hoger is bij vrouwen die roken (zie elders op deze website voor meer informatie) en bijvoorbeeld dat de kans op hypospadie (een afwijking van de plasbuis) van het kind groter is bij vrouwen die een vegetarisch dieet gebruiken- mogelijk als gevolg van de phyto-oestrogenen. Marietta Eimers is in het begin van de jaren 90 nagegaan bij hoeveel van die patienten geen oorzaak werd gevonden, en hoevelen daarvan later toch nog zwanger geworden zijn.
De 'correctie' bestaat uit het geven van wat meer punten aan oudere vrouwen, zodat ze een hogere 'prognostische index' krijgen als gevolg waarvan de kans op een kind lager wordt ingeschat; en bovendien kapt hij de maximum leeftijd af bij 40 j in plaats van 45 jaar. Het model geldt voor vrouwen van veertig jaar geleden, en de vraag is of je dat mag extrapoleren naar nu. Hij werkte op het eiland Walcheren en er waren in zijn gehele studie slechts 2 patienten die hij niet meer op kon sporen! Dat wil dus zeggen dat gemiddeld op het vijfendertigste iets meer dan twee maal zoveel inseminaties moesten worden uitgevoerd om hetzelfde percentage zwangerschappen te verkrijgen.
Omdat in een van de bovenstaande studies de PCT niet was betrokken maakte zij twee varianten: het 2 sample synthese model en het 3 sample synthese model.
Wel is het model extern gevalideerd met en zonder de PCT, en de correlatie was redelijk (Hunault 2005). Hij heeft de rechten overgedragen aan een grote farmaceutische industrie, maar als gevolg van het grote personeelsverloop aldaar weet niemand meer waar het gebleven is. Uit gegevens bij eiceldonatie blijkt dat de kans op innesteling niet zozeer gebonden is aan de leeftijd van de baarmoeder, maar wel aan de leeftijd van de eicel. Deze gegevens komen overeen met onderzoeken op chromosomaal niveau van de eicel, die ook alle aangeven dat de kans op chromosoomschade sterk leeftijdsafhankelijk is. Een goede bekende is wel het roken: Als de vrouw 15 sigaretten per dag rookt leidt dat tot een halvering van de maandelijkse kans op een kind. Dit evolutionaire kenmerk heeft echter ook nadelige gevolgen: een relatief lage kans op een kind per maand houdt ook in dat er paren zijn die de pech hebben dat het veel langer duurt, ook als er geen vruchtbaarheidsbelemmerende factoren zijn.
Bij natuurvolken bestaat het rollenpatroon waarbij de man via de jacht voor het voedsel zorgt, en de vrouw voor de verzorging van de kinderen. Zie hierover de aparte pagina (volgt) Hoe groot de kans precies is zal wel nooit meer goed na te gaan zijn: hiervoor zou in ieder leeftijdscohort een zeer grote groep vrouwen moeten aangeven wanneer zij beginnen met actieve pogingen om kinderen te krijgen, en- zonder iets van een behandeling te ondernemen- twintig jaar lang moeten proberen een kind te krijgen. In deze groeperingen is een berekening gemaakt van de jaarlijkse kans op een kind in relatie tot de leeftijd.


Aannemelijk is dat als paren eenmaal enkele kinderen hebben, de kinderwens voor een volgend kind afneemt. Rene Eijkemans selecteerde uit deze database een groep dochters geboren voor 1900 met hun kinderen en kleinkinderen (Eijkemans, 2004). Die hebben een gemiddelde fertiliteit van vijf jaar jongere vrouwen die veel eerder getrouwd waren. Dit onderzoek gaat namelijk uit van vruchtbare paren (uiteindelijk werd iedereen zwanger), en geeft geen schatting van de grootte van de onvruchtbare groep, die uiteindelijk tussen de 5 en 15 % van het totaal zal uitmaken. In deze studie bleek dat de kans op kinderloosheid ook afhankelijk is van de leeftijd van de man: de kans om nog steeds niet zwanger te zijn na zes maanden neemt toe met 2 % per extra jaar vanaf de leeftijd van de man van 24, en de kans om na een jaar nog niet zwanger te zijn met 3 % per toegenomen jaar, onafhankelijk van de leeftijd van de vrouw (Ford WCL et al).
Als de cijfers van Nonaka op waarheid berusten (een halvering van de jaarlijkse kans op een kind bij vrouwen van 35 jaar in vergelijking met 50 jaar geleden) betekent dat nogal wat! De paren vielen hetzij af hetzij omdat de vrouw zwanger werd, hetzij omdat zij behandeld werden, hetzij omdat zij 'lost to follow up' waren.
Zijn lage 'lost to follow up' zal nimmer meer door welke universiteit dan ook geevenaard kunnen worden. Naar haar idee gaf het model waarbij de PCT was betrokken een betere voorspelling bij de externe validatie. De toevoeging van de PCT gaf een iets betere correlatie, met name omdat een 'outlier' meer binnen de correlatie kwam. Embryo's uit eicellen van jonge vrouwen hebben als zij teruggeplaatst worden in de baarmoeder van oudere vrouwen een even goede kans op innesteling als in de baarmoeder van jonge vrouwen. Toen ik als lid van de stuurgroep 'habituele abortus' van de NVOG (de gynaecologenvereniging) voorstelde om dit soort gegevens ook te vermelden in de patientenfolder werd dat afgestemd met als argument dat je dat toch niet meer kunt veranderen, en dat het enige gevolg zou zijn dat je de moeder opzadelt met een schuldgevoel als de dochter een of meerdere miskramen krijgt. De fertiliseerbaarheid van de eicel is overigens niet zozeer afhankelijk van de eisprong als wel van de LH piek. Wanneer u de oorspronkelijke auteur niet kunt bereiken, neemt u contact op met de webmaster Dr.
Voorbehoedmiddelen zoals schapedarm (de oercondooms) zijn pas de laatste duizenden jaren- dus in de evolutie gezien slechts korte tijd- in zwang.
Zoals uit het onderstaande valt op te maken is er niet zo iets als 'vruchtbaar' en 'onvruchtbaar': het is een continuum dat in elkaar overloopt van 'tamelijk' vruchtbaar tot minder vruchtbaar. Eaton onderzocht de geboorteregisters tussen 1900 en 1950 (Eaton J 1953), en Nonaka die tussen 1951 en 1985 (Nonaka 1994). Zo heeft in Indonesie, waar onder religieuze invloeden ook grote gezinnen bestaan, onderzoek uitgewezen dat meer dan 75 % van de vrouwen na het derde kind geen volgende kind meer wensen. Bij de echte 'ouwe vrijsters' (old spinsters) die pas boven de veertig getrouwd waren gaat dat niet meer op. De cijfers geven dus een overschatting van de kans, die toeneemt naarmate de kinderwens langer bestaat. Hiermee stelde zij een model op voor berekening van een specifieke kans, met een vermenigvuldigingsfactor voor verschillende entiteiten.
Er waren tijdens de observatieperiode in totaal 263 geboortes van zwangerschappen die spontaan waren ontstaan. Maar nou net de Collins studie die veel lagere cijfers opleverde viel af omdat daarin geen PCT was verricht. De kans op bevruchting is ook onafhankelijk van de leeftijd (bijna over het hele traject) zoals u kunt zien in de figuur. Dat komt omdat een halvering van de maandelijkse kans in een deel van de gevallen er alleen maar toe leidt dat het wat langer duurt totdat een zwangerschap ontstaat. Maar het niet vermelden kan het gedrag laten voortbestaan, en zullen vrouwen straks zeggen: waarom heeft niemand me dat ooit verteld, terwijl het al zo lang bekend is? Op grond van dierexperimenteel onderzoek is wel verondersteld dat 60 uur na de LH- piek de schil van de eicel ‘te hard’ geworden is voor penetratie van de zaadcel.
Stel dat uit ieder seksueel contact, bijvoorbeeld uw eerste contact, meteen een kind ontstaan zou zijn, is het de vraag of dat kind een even goede kans zou hebben gehad als het kind dat na de zogenaamde 'partnerzoekende' periode bewust door twee partners wordt verwekt. Vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid overlappen elkaar: de kans dat een vruchtbaar paar langer dan een jaar moet wachten voordat de vrouw zwanger wordt is ongeveer 3 %.
Dat zij dit toch krijgen is het gevolg van de patriarchale machtsstructuur waarbinnen zij leven.
Om een mogelijk onderscheid aan te kunnen brengen tussen de variabele leeftijd en infertiliteitsduur maakte hij een onderverdeling naar de leeftijd waarop het huwelijk was gesloten.
Men moet zich bij die laatste groep echter afvragen wat de leeftijdsopbouw van de mannelijke helft is: waren dit bijvoorbeeld niet vaker oudere weduwnaars die al kinderen uit een vorige relatie hadden? Om een voorbeeld te geven: de kans van een jonge vrouw om binnen een jaar zwanger te zijn van een man boven de 35 is gehalveerd in vergelijking met een man van onder de 25!
Hoewel de gemiddelde leeftijd in beide groepen bijna gelijk was (29,1 en 29,5 jaar) was de gemiddelde infertiliteitsduur wezenlijk verschillend: gemiddeld 41,9 maanden bij Collins en 20,7 maanden bij Snick.
Direct na de LH piek is de eicel uitermate gevoelig voor toxische invloeden: honderd maal zo gevoelig als enige andere cel in het lichaam.
Op het moment lopen er in de VS meerdere rechtszaken waar de roker beweert dat hij nooit van de schadelijke invloed van sigaretten op de hoogte is gesteld en waar de roker vele miljoenen claimt van de tabaksindustrie. In de 80er jaren voerde Wilcox een onderzoek uit bij 221 vruchtbare vrouwen (696 cycli met 136 doorgaande zwangerschappen) waarin hij in dagelijkse urinemonsters de metabolieten van het oestrogeen en progesteron, alsmede het LH bepaalde.
Maar zelfs een vrouw van 36 jaar heeft nog steeds een kans van bijna 90 % van die van een vrouw van 23 jaar om binnen twee jaar zwanger te worden. Dat wil zeggen dat 20 % van de paren die zich bij de dokter melden wegens vermeende onvruchtbaarheid eigenlijk vruchtbaar zijn, maar de pech gehad hebben dat het nog niet is gelukt.
Bijzonder aan deze twee studies is dat, terwijl het aantal paren in beide groepen ongeveer gelijk is, het leeftijdseffect bij Nonaka sterker is, met name bij de groep tussen 30 en 40 j. Omdat de zaadkwaliteit zelf pas duidelijk afneemt boven het 55 jaar, moeten voor dit fenomeen ook andere factoren zoals de coitusfrequentie een rol spelen. Dit klopt overigens ook fraai met het gegeven dat Nederlandse vrouwen gemiddeld pas op latere leeftijd aan kinderen toe zijn. In Nederland loopt dit soort ontwikkelingen ongeveer 50 jaar achter, maar het gaat ook hier komen. Hij stelde dat deze beide bepalingen even goed waren in het vaststellen van de ovulatie (Dunson 2001) Op grond van zijn studie concludeerde hij dat het ‘venster’ van vruchtbaarheid veel wijder kan zijn dan algemeen wordt verondersteld, ook bij vrouwen met een regelmatige cyclus (Wilcox 2000) Maar met name bij vrouwen met een iets onregelmatige cyclus is de discrepantie groter. Er zijn maar enkele situaties waarbij we tevoren al weten dat sprake is van absolute onvruchtbaarheid: als er geheel geen zaadaanmaak is, er geheel geen eicellen zijn, als er geen baarmoeder is of als de eileiders volledig dicht zitten. Bijvoorbeeld een vrouw van 37 jaar heeft in de studie van Nonaka nog slechts de helft zoveel kans (Jaarlijkse kans op een kind van 20 %) als in de studie van Eaton (hier is de kans 40 %).
Omdat veel paren een leeftijd hebben die bij elkaar in de buurt ligt is de afnemende vruchtbaarheid dus vaak een samengestelde van beide leeftijden. Deze discrepantie is te verklaren uit het feit dat vele paren afvielen omdat zij een onvruchtbaarheidsbehandeling ondergingen of omdat zij niet meer te vinden waren. Sommige vrouwen hebben een ‘latere’ ovulatie maar die kunnen per eisprong toch even vruchtbaar zijn als diegenen die een ovulatie op het ‘normale’ tijdstip hebben. Deze situaties komen echter maar zelden voor: vrijwel altijd is er sprake van verminderde vruchtbaarheid, en pas na de vrouwelijke overgang weten we met zekerheid bij wie het nooit meer is gelukt. Hoewel er- ook in dezelfde bevolkingsgroep- sprake is van een afname in de vruchtbaarheid bij dezelfde leeftijd in de loop der jaren, is niet uitgesloten dat dit mede het gevolg is van socioculturele invloeden van niet- Hutterieten in de directe omgeving.
Van de 996 vrouwen in de totale groep die onbegrepen onvruchtbaarheid hadden, en als referentie golden, waren er maar 37 boven de 35 jaar. De beperking van deze studie is echter dat de onderzoeker uitsluitend gekeken heeft naar het tijdstip van de ovulatie zelf, en op grond van een schatting van de ovulatie het venster bepaald. De grote discrepantie tussen cumulatief en cohortcijfer maakt de betrouwbaarheid ook duidelijk minder.
Als vast gegeven voor dat venster nam hij echter een duur van zes dagen (vijf dagen voor, en de dag van de ovulatie).
Diverse onderzoekers hebben geprobeerd een schatting te maken van de kans in de natuur- zonder behandeling- op een kind.
Andere factoren zoals semenkwaliteit en gemiddelde overlevingsduur van semen zijn niet hierbij betrokken. In de loop der jaren is dat moeilijker geworden: steeds meer mensen nemen hun toevlucht tot fertiliteitsbehandelingen. Toch zou volgens het oorspronkelijke model van de score van Eimers een vrouw van 39 jaar met een onbegrepen onvruchtbaarheid van 5 jaar of langer een kans van maar liefst 40 % om binnen een jaar zwanger te worden. Daarom zijn de cijfers van Snick meer predictief voor paren die na een jaar bij hun eerste gynaecoloog komen, en die van Collins meer van toepassing voor de tertiaire infertiliteitscentra, waar uiteindelijk de minst vruchtbare mensen komen. Werd vroeger vaak berust, tegenwoordig zijn er maar weinig paren die het gewoon proberen en verder niets ondernemen als het niet lukt.
Als men echter voor de infertiliteitsduur corrigeert komen de cijfers van Snick opmerkelijk goed met die van Collins overeen: bijvoorbeeld slechts 3 van de 26 vrouwen met onbegrepen onvruchtbaarheid van langer dan 3 jaar- in de studie van Snick- die geen behandeling kregen, werden tussen het 4e en 7e jaar spontaan zwanger. De kans per paar kan enorm verschillend zijn: Er zijn paren bij wie iedere eerste 'expositiecyclus' resulteert in zwangerschap, maar ook verder gezonde paren bij wie die kans veel kleiner is. Volgens haar model zou een vrouw van 44 jaar met een onbegrepen onvervulde kinderwens van 4 jaar nog steeds een kans van 30 % hebben om binnen een jaar toch nog een kind te krijgen, terwijl in werkelijkheid geen van beide vrouwen in haar groep boven de veertig meer zwanger geworden is.
Er zijn mannen bij wie het zaad na twee dagen al niet meer beweeglijk is, maar ook mannen waarbij zelfs tot zeven dagen na de ejaculatie nog beweeglijk zaad aan het fimbriele uiteinde van de eileider kan worden aangetoond.
Omdat je dit nooit tevoren met zekerheid weet kunnen we hooguit van 'gemiddelde kansen spreken. Het is opmerkelijk dat de referees van een blad als Fertility and Sterility een zo eclatante omissie niet hebben opgemerkt.
Ook daar is het leeftijdseffect duidelijk: boven de 35 jaar was er in die groep zelfs niet een zwangerschap meer. Wilcox geeft ook niet weer op welke dagen van de maand de ovulaties zijn opgetreden die tot zwangerschappen hebben geleid. De gemiddelde kans op een kind neemt af met de duur van de kinderwens: de meest vruchtbare paren zien hun wens het eerst vervuld, en er zullen altijd vrouwen overblijven die nooit zwanger zullen worden. Deze curves gelden dus niet a priori voor infertiliteitspatienten Als algemeen advies kan gelden om regelmatig gedurende de gehele maand gemeenschap te hebben. Niet te vaak, zo’n twee a drie keer per week is gemiddeld voldoende, en vooral nooit ‘omdat het moet’.



Having your first baby after 40
Pregnant sore throat for 2 weeks
What to do for pregnant wife jokes

Published at: getting pregnant at 39



Comments »

  1. bakililar — 12.12.2015 at 14:57:36
    Chilly Spring Harbor Laboratory (CSHL) this week your metabolic fee increases to deal with though.
  2. lala_ASEF — 12.12.2015 at 15:43:23
    Possibilities of making your dream a reality the being pregnant.
  3. mia — 12.12.2015 at 15:36:27
    Our blessings which is what we did, However who took multivitamins that included folic.
  4. NUHANTE — 12.12.2015 at 13:25:42
    Sign Of Sleep Apnea did you know that there are.