Verschil diagnose diabetes type 1 en 2,mayo clinic type 1 diabetes treatment,type 2 diabetes and green tea benefits - Test Out


Diagnose en onderzoekDiabetes mellitus type 1 (insuline-afhankelijk) is meestal gemakkelijk vast te stellen, omdat de symptomen in toenemende mate aanwezig zijn.
BloedglucosemetingVoor de definitieve vaststelling van de diagnose diabetes mellitus is het nodig om de hoeveelheid glucose in het bloed te meten. Vroeger paste men voor het vaststellen van de diagnose diabetes de zogeheten glucosetolerantietest toe (GTT of suikerbelastingstest).
Omdat deze test niet altijd betrouwbaar is en onaangenaam is voor de patient, wordt hij weinig meer toegepast. Voor het stellen van de diagnose wordt nu gewoonlijk volstaan met een eenmalige bloedafname.
De nieuwe glucosegrenswaarden voor de diagnose diabetes mellitus zijn vastgesteld door de Amerikaanse diabetesvereniging en de Wereld Gezondheids Organisatie. Bij het vaststellen van zwangerschapsdiabetes gelden dezelfde criteria als bij de 'gewone' diabetes.
Het onderscheid tussen diabetes type 1 en type 2 wordt veelal gemaakt op basis van de eerste verschijnselen en soms ook op het latere beloop. C-peptideC-peptide (of connecting peptide) is een stof die in de alvleesklier vrijkomt bij de vorming van insuline. Bepaling van de hoeveelheid C-peptide heeft overigens tijdens het begin van de ziekte slechts beperkte betekenis. Aminozuurvolgorde van pro-insuline, dat zich opsplitst in insuline (met een A- en een B-keten) en C-peptide.
LaboratoriumonderzoekOm het risico op langetermijncomplicaties zo veel mogelijk te beperken, moeten de bloedglucosewaarden zo veel mogelijk binnen de normale grenzen blijven. Bij een acute ontregeling bij een type 1 patient in de zin van hoge bloedglucosewaarden is meting van aceton (ketonen) in de urine zinvol.
Het meten van het bloedglucosegehalte uit een ’s nachts afgenomen bloedmonster is niet zo belangrijk, omdat de waarde meestal goed af te leiden is van de waarden voor het slapen en bij het opstaan.
Diabetes en nuDiabetes mellitus, ook bekend als 'suikerziekte', is in Nederland een van de meest voorkomende aandoeningen. Het bloedglucosegehalte is meestal sterk verhoogd en in de urine kan men (glucose en) aceton (ketonen) aantreffen. Dat is een test waarbij wordt gekeken tot welke hoogte het glucosegehalte in het bloed stijgt na het drinken van een bepaalde hoeveelheid suikerwater. Dat kan een 'nuchtere' bloedglucosebepaling zijn ('nuchter' wil zeggen: 's morgens voordat men iets heeft gegeten of gedronken), of een bepaling uit bloed dat ongeveer twee uur na de maaltijd is afgenomen. De bepaling vindt later plaats in het laboratorium of direct met behulp van een eenvoudige bloedglucosemeter.


Van diabetes mellitus mag in dit geval echter volgens de maatstaven van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) niet worden gesproken.
Belangrijk is daarbij dat vooral bij type 1 aanzienlijke hoeveelheden ketonen (aceton) in de urine kunnen worden gevonden. Het is, samen met het insuline, afkomstig van het pro-insuline dat door de alvleesklier wordt gemaakt. In de eerste periode van de type 1 diabetes kan het C-peptide namelijk nog normaal aanwezig zijn. Het moment waarop ’s nachts een hypo optreedt, is afhankelijk van het gebruikte insulineregime. Het principe van de bepaling is gebaseerd op het gegeven dat suikerachtige stoffen zich hechten aan hemoglobine (de rode bloedkleurstof in de rode bloedcellen, die de zuurstof transporteren) en dit dus ‘glyceren’. Om de diagnose definitief vast te stellen is het noodzakelijk dat minstens tweemaal een verhoogde bloedglucosewaarde aangetoond wordt. De achtergrond hiervan is dat tot nu toe onontdekte diabeten dan eerder kunnen worden opgespoord.
Zodra er insuline nodig is, deelt het pro-insuline zich in nagenoeg gelijke hoeveelheden insuline en C-peptide.
In het latere beloop van de diabetes kan het bepalen van de C-peptide spiegel soms wel zinvol zijn.
In verband hiermee is om te beginnen het laboratoriumonderzoek van groot belang bij de begeleiding van een diabeet.
Na een nachtelijke hypo is vooral de glucosewaarde in de loop van de ochtend vaak verhoogd.
Bij het bloedonderzoek wordt gemeten welk percentage van de totale hoeveelheid hemoglobine (Hb) is veranderd in geglyceerd hemoglobine (HbA1c). Mensen met diabetes type 2 bleken vaker antibiotica te gebruiken dan personen zonder diabetes (0,8 tegenover 0,5 voorschriften per jaar).
Al met al duurt deze test ongeveer drie uur en wordt men gedurende die periode vier tot zes keer geprikt.
Slechts een deel van de mensen met een gestoorde glucosetolerantie krijgt uiteindelijk diabetes. De keerzijde van de medaille is dat bij mensen die zich gezond voelen een ziekte wordt vastgesteld, wat ook consequenties kan hebben voor het afsluiten van verzekeringen (bijv. Het C-peptide is daarom een goede maat voor de hoeveelheid nog door de alvleesklier geproduceerde insuline. Als er aceton in de urine zit, verandert het teststrookje van kleur.Glucose dagcurvesEen dagcurve houdt in dat men meerdere malen per dag bloed afneemt en de bloedglucosewaarde bepaalt.


Bij een vier- of vijfmaal daags insulineregime zijn de bloedglucosewaarden voor de maaltijden en voor het slapen het belangrijkst, omdat daarop insulinedoseringen zonodig kunnen worden aangepast (de zogenoemde intensieve of flexibele insulinetherapie).
Omdat dit geglyceerde hemoglobine gemiddeld 6 a 8 weken in het bloed blijft, geeft het over die periode een indruk van het gemiddelde bloedglucosegehalte. Wel kan er dan al sprake zijn van een verhoogde neiging tot atherosclerose (aderverkalking).
Voor de begeleiding van diabetespatienten beschikken we over diverse andere mogelijkheden.UrineEen onderzoek op de aanwezigheid van glucose in de urine is van weinig waarde. Gewoonlijk gebeurt dat in ieder geval eenmaal nuchter (voor het ontbijt) en minimaal 2 maal na de maaltijd. De normale waarde is meestal 4 - 6 procent.FructosamineDeze eiwitbepaling berust op hetzelfde principe als de bepaling van het HbA1c.
C-peptide spiegel) kan dus gebruikt worden om een onderscheid te maken tussen de twee typen diabetes. Ook na de diagnose gebruikten patiA«nten met diabetes type 2 vaker antibiotica.De onderzoekers stippen aan dat ze met hun studie niet kunnen aantonen dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen antibiotica en diabetes. Het is zinvoller om de urine regelmatig te onderzoeken op de aanwezigheid van eiwit (1 x per 3 a 6 maanden). Omdat deze stof korter in het bloed blijft dan het HbA1c geeft het bepalen van de hoeveelheid fructosamine een idee van de bloedglucosewaarden van de laatste 2 a 3 weken.Periodiek onderzoekEens per jaar zal een extra onderzoek worden gedaan. Het zou bijvoorbeeld ook kunnen dat mensen met diabetes meer vatbaar zijn voor infecties en daarom meer antibiotica gebruiken, ook in de jaren voor ze effectief diabetes krijgen. Tegenwoordig gebeurt dat met een gevoelige methode, waarmee al kleine hoeveelheden eiwit te meten zijn. Dit gebeurt door het kreatininegehalte in het bloed te meten en te onderzoeken of zich in de urine kleine hoeveelheden eiwitten (microalbumine) bevinden.
Verder wordt de hoeveelheid cholesterol en triglyceriden en ook het HDL- en LDL-cholesterol in het bloed gemeten.
Dat is een onderzoek waarbij – in verband met de gevoeligheid voor infecties van de urinewegen – gekeken wordt of zich in de urine bacterien bevinden en om welk type bacterie het dan gaat.
Daarnaast wordt meestal een hartfilm (ECG) gemaakt en kijkt de oogarts of er sprake is van retinopathie (netvliesafwijkingen).



How do you difference between type 1 and type 2 diabetes
Medication for dm type 2




Comments

  1. MALISHKA_IZ_ADA

    Still enjoy some of our favorite.

    27.09.2014

  2. PORCHE

    Categories comprised of combined, protein besides for many increasing weight, which is particularly.

    27.09.2014