Jan palfijn van der biest,diabetes foot care pdf viewer,glucagon antagonists for the treatment of type 2 diabetes treatment - How to DIY


Overloopt men de lijst met namen van artsen van bij ons uit de tijd van de Verlichting, dan zal men geen gelijke vinden van Vesalius of van Helmont. In welke mate hebben onze artsen en universiteitsprofessoren deelgenomen aan de discussies die tussen 1700 en 1840 werden gevoerd? Theoretische systemen zijn zo fascinerend dat men her risico loopt het probleem van de ontwikkeling van de biomedische wetenschappen enkel tot een theoretische dimensie te herleiden. Noch vanuit sociaal, noch vanuit politiek standpunt is het bestudeerde tijdvak - van 1700 tot 1840 - homogeen. In de voorgaande eeuw bood de faculteit voor geneeskunde van de Leuvense universiteit de studenten vier cursussen van medische strekking aan: theoretische geneeskunde, medische instellingen - de latere fysiologie -, praktische geneeskunde - nadien omgevormd tot therapeutiek -, en tenslotte anatomie en chirurgie. Laat men zich enkel leiden door de geschriften en portretten van de Leuvense universiteitsprofessoren dan krijgt men - zeker op het niveau van de praktijk - een vertekend beeld van de medische wereld van toen. Het Essay Concerning the Human Understanding van John Locke (1632-1704), in 1700 voor het eerst in het Frans vertaald, was door het erin verdedigde empirisme voor de meeste tijdgenoten ongetwijfeld zinvoller dan het Discours de la méthode uit de voorgaande eeuw. Al onze geleerden hebben in deze periode op een eigen manier hun empiristische overtuiging geuit. Hendrik-Jozef Rega (1690-1754) mag - zowel omwille van het aantal werken, als omwille van het belang ervan - beschouwd worden als de belangrijkste figuur aan de medische faculteit van Leuven in de eerste helft van de 18de eeuw.
Aan het einde van deze periode en ten overstaan van een andere dominante intellectuele stroming, het vitalisme, was de houding grotendeels dezelfde.
Jozef-Frans Kluyskens, van Aalst afkomstig, had - wat zijn vooropleiding betreft - een minder persoonlijke en academische scholing gekregen dan van Rotterdam; op het moment dat hij werd aangesteld tot hoogleraar in de geneeskunde aan de universiteit van Gent bezat hij immers geen enkele klassieke universitaire titel. Het intellectuele klimaat in de Belgische medische wereld onderging sterke invloed van de Hollander Herman Boerhaave (1668-1738). Tussen 1701 en 1738, het jaar van zijn dood, bekleedde Boerhaave meerdere leerstoelen aan de medische faculteit van de universiteit van Leiden - theoretische geneeskunde, praktische geneeskunde, scheikunde en botanica - zodat men kan zeggen dat hij op zichzelf een volledige faculteit vertegenwoordigde. Naast de algemene uitstraling die hij aan de klinische geneeskunde gaf, oefende Boerhaave in België een bijzondere invloed uit door zich een voorstander te tonen van medische behandelingen met mineraalwater uit Spa. Meerdere werken van Jean-Philippe de Limbourg bevatten informatie over de genezende kracht van mineraalwater en over de wijze waarop dit water moet worden genomen.
In de 17de eeuw hadden de aanhangers van het iatromechanisme en die van de iatromechanisme en die van de iatrochemie lijnrecht tegenover elkaar gestaan. Het mechanisme had als voordeel dat de wetenschap de bewegingswetten kon onderzoeken zonder dat ze God op ieder moment moest laten tussenkomen. De faculteit voor geneeskunde draaide in de eerste helft van de 18de eeuw rond figuren zoals Jean-François Favelet (1674-1743), de bijna even oude Ursmer Narez (1678-1744), en hun jongere collega's Hendrik-Jozef Rega (1690-1754) en Servais-Augustin de Villers (1701-1759).
Favelet verdedigde een humorale geneeskunde waarin het accent lag op de scheikundige veranderingen in de lichaamssappen.
Waarom vond Favelet met zijn theorie over de fermentatie van vloeistoffen aan zijn eigen universiteit geen gehoor? In De sympathia, zijn eerste werk, richt Rega zich tot de geleerde wereld met de verdediging van een thesis: die van het principe van de correlatie tussen de verschillende organen van het lichaam - een principe waarmee rekening moet worden gehouden om de oorzaak van een ziekte te bepalen. Te oordelen naar het aantal thesissen die in deze periode door de leerlingen van van Rossum, Vounck en vooral van der Belen werden verdedigd, kenden de pedagogische activiteiten zeker geen inzinking. Bepaalde plaatselijke medische genootschappen kenden maar een kort bestaan omdat in deze politiek onrustige tijden institutionele steun ontbrak.
De geleerde genootschappen en de wetenschappelijke tijdschriften namen inzake wetenschappelijk onderzoek de fakkel over van de universiteit. Onze landgenoten hebben niet geaarzeld hun bijdragen in te sturen naar academiën in de buurlanden. De politieke gebeurtenissen die op het einde van de 18de eeuw Europa op haar grondvesten deden daveren, spaarden ook de medische wereld in België niet. In de verschillende departementen die onder Frans toezicht waren komen te staan, werden medische scholen ingericht, in de eerste plaats scholen voor gezondheidsofficieren, noodzakelijk voor het leger. Twintig jaren van Frans Bewind (1794-1814) hebben de sociale structuren van de geneeskunde in ons land diepgaand veranderd.
Van de nieuwe professionele praktijken die als gevolg van de door de Franse administratie opgelegde hervormingen in de geneeskunde tot ontwikkeling kwamen, verdienen de heelkunde, welke langzaam maar zeker institutioneel werd opgewaardeerd, en de verloskunde, die niet langer alleen door vroedvrouwen maar ook door artsen werd beoefend, enige toelichting.
De oprichting van medische colleges aan het einde van de 17de eeuw toont aan - naar de mening van Carl Havelange - dat men de medische kennis en de door de samenleving uitgeoefende controle op de medische praktijk wilde uniformeren door de geneeskunde, de heelkunde en de farmacie dichter tot elkaar te brengen. Op het einde van de 18de eeuw werd alles ondersteboven gekeerd door de opheffing van de colleges en de universiteiten. Op het niveau van de ideeën ging het 18de-eeuwse hervormde mechanisme ongemerkt over in het gematigde vitalisme van het begin van de 19de eeuw. Als geleerden zoals Hoffmann, Boerhaave, Baglivi en Haller - Rega's meest geciteerde bronnen - aan structuren van levende organismen bijzondere functionele eigenschappen toeschreven, dan hadden ze het niet over stille, occulte krachten, maar over specifieke fysiologische eigenschappen die experimenteel moesten kunnen worden vastgesteld.
In België heeft de Luikse school, die de belangrijkste buitenlandse invloeden - voornamelijk die uit Frankrijk en Duitsland - in zich wist te integreren, bijzonder gunstige omstandigheden geschapen voor de verdere ontwikkeling van de experimentele en de theoretische fysiologie. Meerdere Luikenaars van rond de eeuwwisseling hebben hun medische opleiding gekregen aan de Parijse school voor geneeskunde. Aanvankelijk werd de universiteit van Luik beïnvloed door de Franse anatomische en fysiologische school. Een opsplitsing tussen medische theorie en medische praktijk lijkt misschien wat artificieel. De naam van de van Kortrijk afkomstige Jan Palfijn (1650-1730) wordt meestal geassocieerd met twisten die volgden op de voorstelling aan de Parijse Académie des Sciences van een door hemzelf uitgevonden instrument waarmee een kind - in geval van een te nauwe baarmoeder of een moeilijke bevalling - ongeschonden ter wereld kon worden gebracht. Men mag gerust stellen dat Palfijns progressieve houding in heel zijn werk tot uiting komt.
De pokziekte, ook wel de kinderpokken genoemd, is een epidemische aandoening die al lang in Europa gekend is.
Met een grootschalige vaccinatiecampagne zette men een eerste grote stap in de richting van een volledige medicalisering van de samenleving.
De geneeskunde heeft - zij het in enigszins aangepaste vorm - de mechanistische visie op levensverschijnselen, die in het begin van de 18de eeuw de overhand had, overgenomen. Algemeen genomen kwam het er voor de geleerden niet op aan de relevantie van de metafysica, die ofwel uitdrukkelijk wel ofwel helemaal niet de sluitsteen vormde van het geheel van wetenschappelijk kennis, opnieuw in vraag te stellen. Aan het begin van de 18de eeuw stonden de geneeskundigen uit onze streken - althans inzake hun levens-filosofie - vooral onder invloed van het mechanisme. Tussen 1700 en 1840 ondergingen de medische instellingen in België grondige veranderingen. Nomenclatuur ? Basis van de klinische flebologie ? Anatomie veneuze systeem variabel ? Cruciaal voor correcte behandeling ? Bekende fouten: ? v. Duplex VSM-crosse ? Start transversaal in de lies ? Zoek VSM crosse op ? ‘Mickey Mouse’ ? Na geslaagde behandeling mist het mediale ‘oortje’ ? Terminale kleppen VSM ? Reflux?
Duplex VSP ? Begin transversaal in de knieholte ? Inmonding VSP variabel ? VSP-crosse aanwezig?? Mijn interesse in "het gedrag van mensen", leidde mij op zekere dag tot de 100ste verjaardag van mijn grootvader, "moest hij nog geleefd hebben". Geschiedenis is per definitie ongrijpbaar omdat het altijd anders gegaan is dan wij het ons kunnen voorstellen. Reusel-De Mierden is een echte Kempische gemeente in een door en door Brabants landschap, gelegen aan de rand van Nederland. Een gebied om uren achtereen te wandelen, te fietsen of te paard te verkennen (dat laatste doe ik dan ook). De oorsprong van de naam Reusel wordt door sommigen verklaard uit de rus-ilo: het ruisend stroompje. De theorie luidt dus: de vroegere naam van (een gedeelte van) het riviertje DE REUSEL was GELAEPE.
De Acht Zaligheden zouden hun bijnaam te danken hebben aan de Hollandse militairen die hier tijdens de Belgische Revolutie rond 1830 ingekwartierd waren en de streek als armzaligheid bespotten. Craen Van (de) Familienaam uit de plaatsnaam Kraan (Noord-Limburg), Kraan (buurtschap in de gemeente Nederweert)Nederweert (Limburgs: Ni-jwieert) is een plaats en gemeente in de Nederlandse provincie Limburg. Een herdgang of heerdgang is een term die in Noord-Brabant wordt gebruikt om een buurtschap aan te duiden. Een buurtschap is in Nederland een bewoonde plaats die niet officieel is aangemerkt als een woonplaats[bron?].
Net als gehuchten worden buurtschappen meestal op landkaarten aangegeven, maar zij zijn in tegenstelling tot gehuchten niet in de officiele staatkundige annalen of postcodeplaatsen als zelfstandige buurt of dorp opgenomen.
Crane (de), Craane, Cran, De Craen(e), De Craan, Craens, Kraan, Krahn, Kraenen, Craen(en), Krane(n), Krannen, Schraen(en), Lecrane 1.
Cranenbroe(c)k (van), -brouck, (van) Craenenbroe(c)k, -brouck, Van Craenbroeck, Van Kraenenbroeck, Cranembrouck, Craenembroeck, Cranenbrouck Familienaam uit de plaatsnaam Kranenbroek (moeras waar kraanvogels verblijven. Paulus, Paulusse(n), Poulus, Poulusse(n), Poulisse, Paules, Polis, Pauli, Paul, Pauwels, Pouwels(e): Patr. Het leven van vrouwen, in vroeger tijden, eigenlijk nog niet eens zo lang geleden, was niet zo makkelijk.
Het moet in elk geval toch niet makkelijk geweest zijn 9 maand een kind te dragen, met alle ongemakken vandien, de bevalling te doorstaan (en dat kon niet met een ruggenprik zoals heden ten dage de vrouwen verlangen), om daarna al bijna dadelijk te moeten rouwen om het gestorven kindje. Catharina Schrader was een Friese verloskundige (1656-1746) die een dagboek bijhield van de ruim drieduizend bevallingen die zij begeleidde.
In de tijd van Catharina Schrader was de verloskunde al deels op wetenschappelijke inzichten gebaseerd. Het dagboek van vrouw Schrader biedt een schat aan statistieken over zaken als moedersterfte, kindsterfte en afwijkende geboortes. Het dagboek van Catharina Schrader is zorgvuldig bestudeerd om te berekenen hoe hoog de perinatale sterfte (de sterfte van de baby laat in de zwangerschap, tijdens de bevalling of in de dagen daarna) in haar praktijk was. Catharina Schrader heeft in haar loopbaan meerdere gevallen van placenta praevia (voorliggende placenta) meegemaakt. Haar terechte constatering dat de placenta 'vast gegroyt’ was, is nu standaard lesstof, maar was toen geen wijd verbreide kennis. 1706 den 1 augustus bij Pibe Jans metzelar sijn wiff Lissken gehalt, datze tevoren 4 mall een grott vlot hade.
Uit dit beknopte verslag komt het beeld naar voren van een daadkrachtige verloskundige, die heel wat overtuigingskracht moet hebben gehad om de dokter – een beroepsgroep die zeker in die tijd verheven was boven verloskundigen - te overtuigen van de noodzaak om onmiddellijk in te grijpen. 1693 den 26 feberwary ben ick op Vastelavens avent nae Wyns gehalt bij Klas Jansens vrauw Pittie.
17de eeuwse voorstelling van een bevalling op een lit de travail door de Fransman Abraham Bosse.
Kinder-lyck(1632) Constantijntje, 't zaligh kijntje, Cherubijntje, van om hoogh, D'ydelheden, hier beneden, Vitlacht met een lodderoogh. En ick blinck 'er, en ik drincker,'t Geen de schincker alles goets Schenckt de zielen, die daar krielen, Dertel van veel overvloets.
En kermde noch op 't lijck van haar gespeel, En wenschte lot en deel Te hebben met haar kaartje En doot te zijn als Saertje. De speelnoot vlocht (toen 't anders niet moght zijn) Een krans van roosmarijn, Ter liefde van heur beste kameraat.
Toen in 1635 zijn vrouw “Maeyken” kwam te overlijden, nadat hij ook al kort daarvoor zijn zoon “Constantijn” en zijn dochtertje “Saartje” verloren had, wist Vondel zich geen raad meer. Nu groeit ‘t getal van uwe lijcken Door een, dat meest mijn geest bedroeft, En met de lijckschroef’t harte schroeft, Die voor geen jammerklaght sal wijcken. Terwijl ick t’Aquileia streefde Met Constantijn, den grooten held, Door swaarden, op de keel gestelt, Door vlam, die naer de starren sweefde. Dat ramp noch druck uw dagen korten, Voor dat ghy siet, naar uwen wensch, Den vlughtigen tyran Maxens Bestorven in den Tiber storten. Dan sal uw siel ten hemel draven, Wanneer het triomfeerend hoofd ‘t Gewijde swaard, aen God verlooft, Ontgord, op der Apostlen graven. Bestel mijn sterflijck deel ter aerde, In ‘t Koor der segenrijcke Maeghd, Daar sulck een schaar den naam af draagt, En die mijn naam oock gaf zijn waarde.
Hoe veer dees voeten moghten dwalen, ‘k Sal derwaart mijn bedruckt gesicht Noch slaan, daar voor het rijsend licht Vw bleecke star ging onderdalen. Te trouwen pas tegen hun 30ste aan is natuurlijk een vorm van geboortebeperking, maar anderzijds kregen vrouwen tot op hoge leeftijd kinderen, en dat liep dus uiteraard niet altijd goed af. Huishouden en kinderen en de eventuele kleine boerderij, een kleine (of enige!) bijverdienste als spinster, zie Adriana Hoskens, de grootmoeder van mijn overgrootvader Louis Pauwels, die het (on)geluk had te leven in de Napoleontische tijd, waar er niet meer achter de vaders aangejaagd werd als ze een vrouw met een kind lieten zitten zoals voordien.
Nooit is er in de Nederlandse taal hartstochtelijker over de liefde geschreven dan door Anna Bijns. Wil dit zeggen dat België in de 18de eeuw een periode van intellectuele onverschilligheid doormaakte, dat onze voornaamste professoren als toeschouwers aan de kant zijn blijven staan tijdens de grote filosofische debatten die Europa in de ban hielden?
Vraagstukken zoals de sociale context van het medische beroep, de toenemende differentiatie tussen leraren, praktiserende artsen en onderzoekers, de vorm van samenhang tussen de medische theorie en de therapeutische praktijk zijn echter eveneens van belang om de toestand van de medische ontwikkeling in België in de betrokken periode te bepalen. In 1681 werd dit geheel aangevuld met de cursus botanica, wat later - in 1685 - met die van scheikunde. 366]werden erkend - werd het medisch onderwijs gespecialiseerd en in nieuwe disciplines opgedeeld. Hoewel de graad van licentiaat in de geneeskunde slechts aan een universiteit kon worden behaald, was de titel van praktiserend arts ook elders verkrijgbaar: aan een plaatselijke school voor geneeskunde of bij een andere arts, bij wie men in de leer kon gaan.
Volgens Locke wordt een mens niet geboren met aangeboren ideeën, waardoor hij in staat zou zijn de wereld a priori te begrijpen, maar ontstaat al zijn kennis uit de enige grondstoffen die daarvoor ter beschikking staan - tastbare gewaarwordingen of indrukken - en aan de hand van de voornaamste hulpmiddelen die zijn reflectie kunnen voeden, de zintuigen.
Rega was van Leuven en behaalde in 1712 aan de universiteit van zijn geboortestad de graad van licentiaat in de medicijnen. Dit werkje, voluit Tractatus medicus de sympathia, seu consensu partium corporis humani, ac potissimum ventriculi, in statu morboso (Haarlem, 1721, heruitgave Leipzig, 1762) had misschien kunnen leiden tot de opbouw van een eigen stelsel. De verslagen van chirurgische ingrepen van de Luikse arts Nicolas-Gabriel-Antoine-Joseph Ansiaux (1780-1834) - ook wel Ansiaux fils of Ansiaux II genoemd - zijn een voorbeeld van beredeneerd empirisme. Van Rotterdam, van Antwerpse afkomst, werd in 1784 licentiaat in de medicijnen aan de universiteit van Leuven, waar hij trouwens enkele jaren privé-onderwijs gaf. Dat tal van artsen uit heel Europa door Boerhaave waren gefascineerd, was veeleer te wijten aan zijn bijzonder innemende persoonlijkheid als professor, aan het feit dat hij belang hechtte aan klinische geneeskunde, en aan zijn voorkeur voor een eclectische benadering - een houding die duidelijk naar voor treedt in zijn synthese van verschillende medische doctrines. Heel wat artsen uit Frankrijk (Julien Offroy de La Mettrie, 1709-1751), Duitsland, Engeland, Zwitserland (Albrecht von Haller, 1708-1777) en eveneens uit onze streken vervolledigden hun intellectuele vorming met een kort bezoek aan Leiden of verkozen aan deze universiteit tot licentiaat in de geneeskunde te promoveren. 369]Presseux had trouwens zijn titel van licentiaat in de medicijnen behaald aan de universiteit van Leiden, en er een thesis verdedigd over de verschillende soorten bronwater uit Spa. Zijn Nouveaux Amusements des Eaux de Spa (1763) bevatten ook aanbevelingen voor vermaak en ontspanning, essentieel voor het welslagen van de therapie. Her en der werd water uit bronnen geanalyseerd met het doel de scheikundige samenstelling te achterhalen en het zout te ontdekken dat verantwoordelijk kon worden geacht voor de genezende krachten die men er aan toeschreef. De iatromechanisten stelden het leven en het menselijk lichaam voor als een uiterst complexe aaneenschakeling van kleine machines, waarin men evenwel klaarheid moest kunnen zien indien men een beroep deed op de meest eenvoudige wetten van de materie en de beweging.
370]heeft mooi aangetoond dat wanneer men in de natuur en in levende wezens slechts kleine inerte lichaampjes wilde blijven zien, onderworpen aan botsingswetten en zonder eigen activiteit, men noodzakelijk naar een hoger niveau moest overstappen en God moest aanstellen als machinist, verantwoordelijk voor de inrichting van de machine (er is geen klok zonder klokkenmaker), voor de aan de beweging gegeven impuls (het loslaten van de slinger) en voor de onveranderlijkheid van de fysische wetten die een regelmatige beweging verzekerden. Ze kon dus onafhankelijk van de metafysica en binnen zelfgetrokken grenzen voortwerken, een voor de nieuwe denkrichting prioritaire eis die de iatrochemisten uit de voorgaande eeuw niet hadden ingewilligd.
Aangezien hij geen geschreven werken heeft nagelaten, is weinig over zijn ideeën bekend. Hij ging een discussie nooit uit de weg, noch binnen de muren van de universiteit, noch erbuiten.
In het eerder vermelde traktaat De sympathia valt op dat Rega - door uitvoerig te citeren uit Plempius, Zypaeus en Verheyen - de belangrijke intellectuele traditie van de medische faculteit van Leuven onderstreept, doch zowel in de bibliografie als in de klassieke hommages die zijn werk voorafgaan Favelet onvermeld laat.
In die zin zijn de persoonlijkheid en de geschriften van de Leuvenaar Hendrik-Jozef Rega wellicht meer onthullend voor het intellectuele klimaat in België ten tijde van de Verlichting. In zijn betoog maakt hij gebruik van experimentele gegevens die door andere geleerden - zowel voorgangers als tijdgenoten - zijn nagetrokken, en citeert hij overvloedig met precieze referenties naar de bronnen.
Het is bekend dat de werkzaamheden van Rega het academische kader van de medische faculteit ver overschreden.
Bij ons, onder het Oostenrijks Bewind, hadden ze hun oprichting meestal te danken aan het privé-initiatief van enkele geleerden en erudieten uit grote steden.
Dit lijkt het geval te zijn geweest voor de in 1797 gestichte medische genootschappen van Gent en Antwerpen. Een bekend voorbeeld is Jean-Baptiste Planchon (1734-1781), reeds aangehaald in verband met het water uit de bron van Saulchoir. Van bij de aanvang van de tweede Franse bezetting, in 1794, waren instellingen die al te duidelijk aan het Ancien Régime vasthielden het mikpunt van kritiek.
374]noodzakelijk maakten, alle mogelijkheden tot controle op de vorming van nieuwe geneesheren werden weggenomen.
Met de wet van 10 maart 1803 kregen uiteindelijk alle Franse departementen een nationaal project voor de hervorming van de geneeskunde opgelegd.


De controle op het medische beroep werd niet langer uitgeoefend door de artsen zelf, maar door de administratie. Eens de Fransen tot de realiteit waren weergekeerd, en met de wet van 10 maart 1803 een nieuwe organisatie van de medische beroepen hadden ingevoerd, werd de chirurgie op hetzelfde niveau geplaatst als de geneeskunde door de invoering van eenzelfde universitaire opleiding en van een gemeenschappelijke universitaire titel, die van doctor in de genees- en heelkunde. Toch was haar situatie iets verschillend, vermits het beroep van vroedvrouw door de geneeskunde nooit helemaal naar waarde zou worden geschat. Het fysiologische basisconcept, met eigenschappen als irritabiliteit en sensibiliteit, die proefondervindelijk waren aangetoond, werd door Haller op een theoretisch niveau geplaatst.
Toussaint-Dieudonné Sauveur (1766-1838) verbleef in Parijs op een moment dat de Revolutie er haar hoogtepunt bereikte.
376]heruitgave een positivistische ideologie hadden geïntroduceerd die door mevrouw Nysten niet bijzonder werd geapprecieerd.
Geldige redenen voor deze keuze zijn vooreerst de helderheid van de voorstelling en - belangrijker nog - het feit dat beide domeinen niet noodzakelijk onder dezelfde omstandigheden tot ontwikkeling zijn gekomen. De medische kennis waarover Jan Palfijn beschikte, was in grote mate het resultaat van zelfstandig onderzoek. Palfijns instrument was wel efficiënter en minder dodelijk dan het toestel dat reeds lang en in het geheim werd gebruikt door onder meer de leden van de Engelse familie Chamberlen, maar dat gegeven is voor ons, hoewel niet onbelangrijk, minder interessant. Zijn Nieuwe Osteologie (1701) en zijn Nauwkeurige Verhandeling van de voornaemste Handwerken der Heelkonst (1710) kaderden in een ambitieus project: door een gedegen kennis van de anatomie de chirurgie een steviger basis geven. Men beschouwde de ziekte als een plaag omdat ze in de meeste gevallen een fatale afloop kende en ze - indien dit niet het geval was - afschuwelijke littekens achterliet. 378]de pokken tot ontwikkeling, die de patiënt definitief beschermde tegen verdere aanvallen.
Het kwam er op aan de verschillen tussen de verschillende soorten waarheden op het vlak van methode en reikwijdte aan te tonen. 379]standpunt, ook al is het afkomstig van een voorstander van een doctrine die door tijdgenoten oud en voorbijgestreefd werd gevonden. Maar men heeft kunnen vaststellen dat het hier een gematigd mechanisme met een sterk biologische inslag betrof. Ze evolueerden in de richting van een betere controle door de samenleving op de bekwaamheid en de kennis van mensen die zich beroepsmatig met geneeskunde bezighielden. Om het te downloaden, raad, alsjeblieft, deze presentatie aan je vrienden in de sociale netwerken. En dan begon er een kleine sneeuwbal zich te vormen, met het effect dat sneeuwballen nu eenmaal kunnen hebben. Maak dus je eigen geschiedenis, maw lees wat je het meest interesseert, uit hetgene wat mij het meest interesseerde. We leven nu in een zeer luxueuze tijd die in fel contrast staat met het overleven in of op de rand van de armoede.
Want mijn voorouders kwamen allen uit de KEMPEN, waar magie en bijgeloof een belangrijke rol speelden. Wat deden ze zoal, hoe gedroegen ze zich, wat waren hun kleinmenselijke kanten, hun grootmoedige kanten?
Anderen kiezen voor het stamwoord roos dat ‘riet’ heeft betekend en dat voorkomt in bronnen uit 1173 (Rosele en Roselo) en 1179 (Rosule). Het is een vaak voorkomend verschijnsel dat percelen grond die aan een riviertje liggen de naam van dat riviertje overnemen. Vier van deze zaligheden liggen aan de oude route (ten tijde van de Belgische opstand een belangrijke militaire route) naar Belgie: Steensel-Eersel-Duizel-Reusel.
Ook ringkraag of halskraag.Een familienaam die wellicht afgeleid is van een bijnaam verwijzend naar een opvallende hals of naar het dragen van een opvallend kledingstuk.
De Kraan is een buurtschap in de gemeente Tilburg in de Nederlandse provincie Noord-Brabant.
Aanvankelijk werd het hiermee het deel van de dorpsgemeente bedoeld waarop het vee (herde: kudde) gezamenlijk werd geweid.
Als ze al volwassen werden (er was veel kindersterfte), en als ze al het (on)geluk hadden te trouwden (mensen trouwden in de kempen meestal pas tegen hun 30ste, en dit eerder om economische redenen: ze moesten voor hun eigen onderhoud kunnen instaan, vele ongetrouwde vrouwen (en ook mannen) gingen inwonen bij hun getrouwde broer of zus. Zwanger zijn, bevallen, moeder worden, en dit meerdere keren, iets van vrouwen van alle tijden. Uit haar verslagen blijkt haar deskundigheid: zo deed zij al uitwendige versie (het draaien van de baby) en wist zij in vier gevallen van het levensgevaarlijke placenta praevia het leven van de moeder te redden.
De praktijken van de Middeleeuwen, waarin de beoefening van magie tijdens de bevalling niet ongewoon was, waren voorbij. Na wat correcties (miskramen worden bijvoorbeeld niet meegerekend) komt men op een cijfer van 5 procent. Dat is een gevaarlijke complicatie, waarbij de nageboorte de baarmoedermond deels of helemaal blokkeert. In een handboek uit 1701 stond te lezen dat de vastgroeiing maar schijn is, en dat de placenta aan de kant geschoven kan worden.
Bij placenta praevia is het cruciaal om de weeen niet af te wachten, maar het kind al voor die tijd geboren te laten worden. Dat hadden er nog meer kunnen zijn als zij niet pas na de dood van haar eerste man haar vroedvrouwenpraktijk was begonnen.
Memoryboeck van de vrouwens op DBNL: het complete dagboek, ingeleid door achtergrondartikelen over leven en werk van Catharina Schrader.
Leer dan reizen met gepeizen Naar pallaizen, uit het slick Dezer werrelt, die zoo dwerrelt. Zijn verdriet blijkt wel uit het gedicht “Lyckklaght aan het Vrouwekoor” dat hij schreef ter ere van haar dood. Marie, al laat ghy my alleen, Vw vriendschap, uw gedienstigheen Staan eeuwigh in mijn hart geschreven. Zo verloor de moeder van Rik Kraans, mijn overgrootvader Anna Maria Der Kinderen)4 kinderen kort na elkaar, die doodgeboren werden. Zij moest als ongehuwde moeder met kind door het leven gaan met als enige bijverdienste spinster, en ze is jong gestorven, op 33 jaar. En nooit heeft iemand zwaarder gescholden op ketters of venijniger de spot gedreven met huwelijk en gezin.
Rond dezelfde tijd begon een nieuw tijdperk, dat van de wetenschappelijke geneeskunde, gebaseerd op een fysiologie die kon beschikken over een nieuw en betrouwbaar conceptueel werkinstrument: de celtheorie.
In de 18de eeuw was het niet ongewoon dat een hoogleraar zijn loopbaan begon in een leerstoel botanica (Favelet, 1674-1743 en Narez, 1678-1744) of scheikunde (Rega, 1690-1754), en nadien verkoos aangesteld te worden voor een cursus geneeskunde.
De enige proef was een kort examen voor het college van geneesheren van de stad waar de kandidaat zich wilde laten inschrijven. Het empirisme zou de levenswetenschappen in de eerste helft van de 18de eeuw en de geneeskunde tot in de 19de eeuw diepgaand beïnvloeden, ongetwijfeld omdat het voorzag in de behoefte aan feiten en exacte gegevens die zich in deze jonge wetenschappen - welke door toedoen van de grote systemen in een impasse dreigden te geraken - duidelijk liet voelen. Geen enkele auteur was echt origineel, maar ook niemand nam het werk van een ander integraal over.
In 1716 begon hij in Leuven scheikunde te onderwijzen, waarna hij in 1718 de leerstoel anatomie en in 1719 die van praktische geneeskunde overnam. Hij vindt het voor de geneeskunde hoogstnoodzakelijk dat het verzamelen van praktische en betrouwbare kennis, gesteund op ondervinding, wordt voortgezet. De politieke opwinding kort voor de eeuwwisseling deed hem ertoe besluiten Leuven te verlaten en zich uiteindelijk in Gent te vestigen, waar hij langzaam maar zeker een meer actieve rol ging spelen in het medisch onderwijs en in het beheer van de door het Franse Bewind opgerichte weldadigheidsinstellingen.
Het gekendst zijn de bronnen van Spa, geanalyseerd door de Presseux en de Limbourg, en de bronnen van Mariemont, geanalyseerd door de reeds eerder besproken Leuvense professoren Hendrik-Jozef Rega, Servais-Augustin de Villers (1701-1759) en Andreas-Dominicus Sassenus (1672-1756). In 1710 nam hij de eerder aan Jean-François Favelet toegewezen leerstoel botanica over. Het is evenmin verwonderlijk dat geen enkele verwijzing naar Favelet is terug te vinden in het didactische handboek van de Villers, gepubliceerd te Leuven in 1736. Het Journal des Sçavants van 1723 wijdde er een lovende bespreking aan en erkende de gegrondheid van zijn kritiek op een spijsverteringsmodel dat de mechanische vermaling centraal stelde en geenszins refereerde aan de scheikunde. Meermaals nam hij het initiatief tot de bouw en aanleg van universitaire monumenten: het anatomisch theater, de kruidtuin, het eerste laboratorium voor chemie en fysica.
De onderzoeksactiviteiten lijken niet evenredig aan het aantal gepubliceerde thesissen, die trouwens - volgens de analyse van Marc Walkiers - uiterst zelden oorspronkelijk zijn.
Langs deze weg kregen verschillende plattelandsdokters een kans om zich in het medische debat te mengen - zelfs over de grenzen heen - zonder dat ze een universitaire leerstoel bekleedden. Deze arts, geboren te Ronse, behaalde het diploma van licentiaat in de medicijnen aan de universiteit van Leuven, waarna hij naar Henegouwen terugkeerde om er zijn praktijk uit te oefenen. Geconfronteerd met de verwarring die deze paradoxale situatie met zich mee bracht, moest de regering haar houding tegenover het begrip vrijheid wel herzien, en was ze genoodzaakt opnieuw een artsenopleiding in te stellen en controle op de competentie uit te oefenen. De opheffing van de Leuvense universiteit leidde, ondanks de oorlogen, tot decentralisatie en gaf op meerdere plaatsen een nieuwe dynamiek aan het onderzoek. In de 18de eeuw moest iedere chirurgijn toetreden tot het plaatselijke college van geneesheren en een examen afleggen in het bijzijn van zijn gelijken. De chirurgie oriënteerde zich op de externe geneeskunde, de klassieke geneeskunde richtte zich op de interne geneeskunde. De oprichting van colleges van geneesheren zorgde ervoor dat het statuut van vroedvrouw - althans in theorie - werd gewijzigd. Essentieel voor de structuur en werking van een levend organisme was de vezel: geen irritabiliteit zonder spiervezel, geen sensibiliteit zonder zenuwvezel. Ten tijde van de beschreven experimenten was Ansiaux leraar in de chirurgie aan de door de Fransen opgerichte Ecole libre de médecine et de chirurgie.
In 1826 benoemde men immers een hoogleraar in de vergelijkende anatomie die opgeleid was aan de universiteit van Heidelberg: Vincent Fohmann (1794-1837), die belangrijke ontdekkingen had gedaan op het vlak van het lymfvatenstelsel. De ervaring die men had opgedaan in klinieken (Ansiaux) en laboratoria (Fohmann) gold als verworven en de empirische gegevens werden alsmaar talrijker. Een duidelijk voorbeeld is de vaccinatie, een efficiënte en profilactische therapeutische uitvinding die evenwel het resultaat is van empirisch onderzoek. Het feit dat Palfijn als eerste zijn uitvinding publiek heeft bekend gemaakt is dat wel, omdat dit hem plaatst in de rij van mensen met een moderne visie op geneeskunde. De resultaten waren uiterst bemoedigend, maar het risico en de grote angst bleven: men kon de echte pokken nog steeds oplopen tijdens een operatie en ook een epidemie was nog altijd mogelijk. Binnen het domein dat onder deze bijdrage valt, het leven, zouden deze afbakeningen moeilijker, en vandaar ook veel trager tot stand komen dan bijvoorbeeld in de fysica; niettemin werden in de 18de eeuw daar waar mogelijk scheidingslijnen getrokken.
De colleges van geneesheren, gesticht op het einde van de 17de eeuw, hadden hetzelfde doel.
Dit natuurgebied van meer dan 2000 ha omvat onder andere de Bladelse Heide en de Cartierheide.
Het begrip ontstond in de middeleeuwen om zo meer belangrijke woonkernen te onderscheiden en te benoemen.
De term wordt in Vlaanderen vrijwel niet gebruikt en betekent er veeleer buurtcomite of -vereniging. In de 17de eeuw, waarnaar ik terugga met de stamboom, was er al wel wat wetenschappelijke kennis over deze absolute vrouwenzaak.
De naar haar genoemde Catharina Schrader Stichting, opgericht door de KNOV, bestaat in 2010 dertig jaar. Dat wil niet zeggen dat vroedvrouwen in Schraders tijd een wetenschappelijke opleiding kregen: zij leerden het ambacht vooral van elkaar. Zij werkte nog voor de tijd van de grote negentiende-eeuwse klinieken, waar veel vrouwen stierven aan de kraamvrouwenkoorts. Tegenwoordig is dat getal minder dan 1 procent, maar in het begin van de twintigste eeuw was het cijfer vergelijkbaar.
Bij het eerste geval wist zij nog niet waarmee zij van doen had en stierven moeder en kind. Nae dat ick de sack ondersocht, bevont de naegebortte voran doch vast gegroyt, twelck noyt gehort noch mij gebort is.
Wijs geworden door de eerste bevalling, pakt Schrader het bij het volgende geval anders aan. Zo kunnen we schatten hoe vaak zij te maken had met eeneiigheid: in ongeveer 30 procent van haar tweelingbevallingen. Toch lijkt het wel dat het beleven van verdriet niet ver af stond van hoe wij verdriet beleven.
Of ze stierven alsnog in het kraambed, eerdere bevallingen goed doorstaan te hebben was niet altijd een garantie.
En dat alles in gepassioneerde verzen in de volkstaal, die een wijde verspreiding vonden in handschrift en druk. De volgende twee jaar was hij in Luik maar wat later behaalde hij in Parijs zijn diploma van doctor in de medicijnen met een in 1804 gepubliceerde verhandeling waarin hij een keizersnede vergelijkt met een sectie van de symfyse van de schaambeenderen bij een moeilijke bevalling.
Hij slaagde erin deze leer ingang te doen vinden in de chemisch-mechanistische theorieën van zijn tijd.
Jean-Philippe de Limbourg (1726-1811), eveneens uit Theux en oud-student van Leiden, toonde zich zowel in zijn studies en publicaties over mineraalwater, als in de uitoefening van zijn professionele activiteiten in het luisterrijke kuuroord een waardig opvolger van de oudere de Presseux. Ook vermeldenswaardig is de bron van Saulchoir, onderzocht door Jean-Baptiste Planchon (1734-1781). De andere metafysische oplossing - aanvaard door La Mettrie - negeerde God en liet alles aan het toeval over, wat gezien de toenmalige kennis even moeilijk te verdedigen was. Favelet aanvaardde immers na de dood van de ontleedkundige Philippe Verheyen de leerstoel anatomie en chirurgie. Dit werk werd, zoals gezegd, nog voor het verscheen door Favelet fel bestreden omwille van een al te eenzijdige mechanistische benadering. Theoretisch gezien kan Rega ongetijfeld worden beschouwd als een aanhanger van het alom verspreide mechanisme, maar dan wel een mechanisme met een sterke biologische inslag.
Hij trad ook op als ambassadeur; hij kon de Franse generaal Maurice de Saxe - wiens ziekte hij succesvol had behandeld - er in 1745 immers van overtuigen Leuven van plundering en verwoesting te vrijwaren. Martijn van der Belen (1728-1795) verzekerde tussen 1749 en 1795 eerst de cursus anatomie en heelkunde, nadien de cursus therapeutiek. Overigens moet men erkennen dat de Leuvense hoogleraren in deze periode geen enkel belangrijk werk hebben gepubliceerd. Sommige genootschappen hebben geen enkele publicatie voortgebracht; het gebrek aan documenten maakt een studie van hun activiteiten dan ook bijzonder moeilijk. Twee soorten bijdragen werden ingediend: ofwel antwoorden op prijsvragen, ofwel verhandelingen.
Ze herinnerden aan het corporatisme en verzetten zich tegen de nieuwe ideologie van de individuele vrijheid, die voor iedereen een vrije beroepskeuze voorop stelde. Uiteraard was het vooral de bedoeling kwakzalvers te bestrijden, maar geleidelijk werd de volksgezondheid voor de Staat een doel op zichzelf. Alhoewel dit slechts een formaliteit was, werd de heelkunde hierdoor opgewaardeerd en in de geneeskunde opgenomen. Medische publicaties zoals de Nieuwe Osteologie (1701) en de Nauwkeurige Verhandeling van de voornaemste Handwerken der Heelkonst (1710) van Jan Palfijn droegen tevens bij tot een ruimere verspreiding van de idee dat men pas tot chirurgische handelingen kon overgaan als men een gedegen kennis had van de anatomie. In principe moesten vroedvrouwen zich bij een college aanmelden om hun bekwaamheid te tonen, ook al was voor hen geen enkele opleiding voorzien. Men kon wel een beroep doen op verloskundige handboekjes, die trouwens een ruime verspreiding kenden. Eén van zijn leermeesters was Desault, wiens werk later door diens opvolger Xavier Bichat werd uitgegeven. Het pokken-virus was niet gekend, evenmin als de immuniteitssystemen die de vaccinatie juist zo doeltreffend maken; nochtans bleek de vaccinatie goed te functioneren. De Antwerpse historicus Cornelius Broeckx (1807-1869) heeft deze geschiedenis diepgaand bestudeerd. De geneeskunde van Palfijn was een wetenschap die haar bevindingen zo snel mogelijk met anderen wilde delen opdat zo veel mogelijk mensen ervan zouden kunnen profiteren, terwijl de geneeskunde van de familie Chamberlen haar geheimen angstvallig bewaarde omdat ze vond dat die vielen onder het privilege van de individuele ambachtsman. In het begin van de 18de eeuw werd uit het Oosten een opmerkelijke inoculatietechniek ingevoerd door de beroemde Lady Montague, de echtgenote van een Engelse ambassadeur, die deze operatie in 1717 op haar eigen, zes jaar oud zoontje met succes had uitgeprobeerd. De inenting tegen de pokken zorgde in het 18de-eeuwse Europa voor grote debatten en hevige discussies. De onweerlegbare resultaten die de vaccinatiemethode opleverden, leidden ertoe dat een aantal geneesheren, twee of drie jaar na de publicatie van Jenners werk (1798) - met andere woorden in de jaren 1800-01 - in verscheidene Belgische steden een grootschalig experiment opzetten. Ze kregen dan ook niet alleen toezicht op de artsen, maar ook op de heelkundigen, de apothekers en de vroedvrouwen. Het grootste deel van het gebied is als Boswachterij De Kempen in bezit van Staatsbosbeheer. Of er woonden generaties in hetzelfde huis zie Maria Anna Francisca Gabriela Hoskens, mijn grootmoeder), was er voor hen niet veel anders dan het huishouden en kinderen krijgen.


Hun kennis ging helaas deels weer verloren, omdat deze niet verwerkt werd in de medische literatuur. In Catharina Schraders tijd was de thuisbevalling de norm en lagen de sterftecijfers een stuk lager. En vont de naegeborte vor an den uterus vast gegroyt, Most lospellen en de naegebor[te] an de lincker sijde schicken. Ervaren vroedvrouwen uit alle tijden hebben ongetwijfeld geleerd hoe met deze aandoening om te gaan.
Het kwam ook voor dat Vrouw Schrader geroepen werd, omdat er tot grote verrassing van de ouders en van de al vertrokken vroedvrouw enkele dagen later nog een achtergebleven kind bleek te zijn.
Ook stond het beroep van verloskundige niet hoog in aanzien ('een kleyn achtinge'), terwijl zij uit de betere standen kwam. Hieronder citeer ik enkele gedichten van Joost van den Vondel die zijn verdriet beschrijft bij achtereenvolgens het verlies van zijn babyzoontje, zijn dochtertje van 8 en vervolgens zijn vrouw. Tot aan haar dood in 1575 op 82-jarige leeftijd gaf ze onverschrokken commentaar op alles wat er in het roerige Antwerpen van de 16e eeuw voorviel. Een overzicht dat vertrekt vanuit de universitaire figuren geeft echter wel inzicht in de theorieën en grote intellectuele discussies die in universitaire middens steeds prioritair zijn geweest.
Toch wilde hij de geneeskunde niet beperken tot de studie van de scheikundige eigenschappen van lichaamssappen.
Deze te Leuven gevormde Doornikse arts heeft het medisch onderzoek bevorderd doordat hij verschillende van zijn werken, onder meer zijn analyse van het water van Saulchoir (1780), heeft ingestuurd naar het journal de Médecine, de Chirurgie et de Pharmacie de Paris.
Narez schijnt zich niet te hebben gemengd in de ruzies die binnen de muren van de Leuvense universiteit werden uitgevochten en zijn tijdgenoot Jean-François Favelet ophitsten.
In 1701 werd hij licentiaat in de medicijnen aan de universiteit van Leuven; kort daarna werd hij hoogleraar aan dezelfde instelling.
De jonge de Villers, volledig in de ban van de mechanistische visie op het leven - in de geleerde wereld van toen zeker niet uitzonderlijk -, toonde zich tegenover de stellingen van de tegenpartij niet meer toegeeflijk dan Favelet. De auteur aan wie hij het meest refereert is de Italiaan Giorgio Baglivi, aan wie hij het model ontleent van de bewegende vezel, ontworpen als een structurele eenheid - nog niet als een functionele eenheid - van heel het menselijk lichaam. Judocus-Johannes-Hubertus Vounck (1733-1799) nam in 1759 de cursus scheikunde over, in 1772 de cursus anatomie en heelkunde. Het feit dat de aantekeningen van van der Belen nooit zijn gepubliceerd, schrijft men toe aan de politieke omstandigheden op het einde van de 18de eeuw, en meer in het bijzonder aan de Brabantse Omwenteling. Een prijsvraag had over het algemeen betrekking op een praktisch probleem - een concreet vraagstuk - terwijl een verhandeling een bredere theoretische inslag kon hebben. De medische colleges werden in 1794 ontbonden door een republikeins decreet waarin de opheffing van de ambachten werd afgekondigd; de Leuvense universiteit werd opgeheven in 1797.
De administratie stimuleerde de professionalisering van het medische beroep met haar monopolie op de medische vorming, en met duidelijke omschrijvingen van de kwalificaties en bevoegdheden. Vermeldenswaardig zijn de veelgelezen en in het Nederlands geschreven of vertaalde vulgariserende werken over verloskunde van Jean-Bernard Jacobs (1734-1790), heel- en verloskundige te Gent.
Het schrikbewind verplichtte hem Parijs te ontvluchten; in 1793 behaalde hij zijn diploma aan de universiteit van Utrecht.
Geconfronteerd met een bijzonder gecompliceerd geval, deed hij een beroep op zijn collega's Comhaire, Sauveur en Crahay om de zaak uitvoerig met hem te bespreken en een aantal voorstellen te doen inzake de te volgen werkwijze. Voor een pokkenprik haalde men eerst een beetje vloeistof uit een tot volle rijpheid gekomen pokputje van iemand anders, waarna men dit vocht bij de patiënt onder de opperhuid inspoot. De niet altijd even vriendelijke brieven die Charles-Louis-Maximilien de Brabant (1740-1790), een arts uit Gent, en Ferdinand-Henri Cremers, een licentiaat in de medicijnen uit Leuven, tussen 1777 en 1781 met elkaar uitwisselden, tonen aan dat het probleem van de inenting ook in onze streken voor heel wat beroering zorgde. Toen ook dit een succes bleek, besloten de Franse administratieve autoriteiten het heft in eigen handen te nemen.
De medische colleges en de Leuvense universiteit, die al te veel herinnerden aan de privilegies van het Ancien Régime, werden op het einde van de 18de eeuw opgeheven door de Franse republikeinen. Een barre, uitgestrekte streek met veel moerassen en vennen, waar heide een zeer prominente plaats innam.
Het Leenderbos en de Groote Heide vormen een aaneengesloten natuurgebied van meer dan 3000 ha.
En nog steeds ontspringt in Reusel het beekje de Reusel dat via de Dommel in de Maas uitmondt. Ligt er aan ons riviertje een perceelsnaam die er uitziet als een riviernaam en zijn naam dus gekregen heeft van het riviertje? Omliggende dorpen en gehuchten zijn Brem, Heikant, Heuveltje, 't Hoekske, Hoog-Heukelom, Hoogeind, de Kraan, Laag-Heukelom, Loonse Hoek, Oisterwijkse hoeve en Udenhout.
Meestal heeft de kernbebouwing een driehoekige structuur: de Kempische Plaatse of Kempische driehoek. Dokters uit de middeleeuwen hadden vooral letters gegeten en weinig praktijk, je had de opkomst van de chirugijns die wel praktijk deden, en de vroedvrouwen die het ambacht leerden van elkaar.
Van oudsher waren mannelijke heelmeesters namelijk erg terughoudend bij het assisteren bij een bevalling. Maar zij publiceerden niet en doordat de werelden van de verloskunde en de medische wetenschap relatief gescheiden waren, bleef deze kennis niet bewaard.
Nooit toonde ze zich bevreesd voor de woede van de ketters en andere oplichters of voor repressies van stedelijke overheid of kerk.
In zijn tweede traktaat, De urinis, analyseert en bekritiseert hij de diagnostische methode, die volgens hem door bepaalde artsen, gespecialiseerd in het onderzoek van de urine van zieken, verkeerd werd toegepast.
Iedere uiting wordt besproken met verwijzing naar andere auteurs, zij het op een eclectische manier: aan Hippocrates ontleent Rega zijn argwaan ten aanzien van verklarende hypothesen over de oorzaken van de kwaal, aan Friedrich Hoffmann (1660-1742) zijn dynamische visie op het leven, en aan Giorgio Baglivi (1668-1707) zijn model van bewegende en elastische vezels.
De analyse en de commentaar die op deze empirische gegevens volgen, wijken nooit ver af van het concrete geval in kwestie. Voor meer details verwijzen we de lezer echter naar de boeiende artikels van Marcel Florkin over de streek van Luik in de 18de eeuw.
We zullen later terugkomen op deze nieuwe vorm van intellectuele arbeid, een alternatief voor het wetenschappelijk werk dat buiten de muren van de Leuvense faculteit voor geneeskunde tot stand kwam. Bedaard gaf hij zijn goedkeuring aan het werk Institutionum medicarum libri duo complectentes physiologiam et hygienem. Het concept van de bewegende vezel, voorzien van elastische eigenschappen, is afkomstig uit de fysica en de mechanica; onder invloed van waarnemingen en experimenten heeft het een eigen biologische inhoud gekregen.
Het lot heeft gewild dat we deze notities ook vandaag niet meer kunnen consulteren, aangezien ze bij de brand van de Leuvense universiteitsbibliotheek in 1914 in rook zijn opgegaan. Er waren twee soorten diploma's: dat van gezondheidsofficier en dat van dokter in de genees- en heelkunde. Feit blijft dat iedere vroedvrouw zelf moest beslissen of ze op dit vlak al dan niet grotere deskundigheid wilde verwerven.
In 1794 trok ook Jean-Nicolas Comhaire (1778-1837) naar Parijs als student in de medicijnen. Voorts verstrekte Sauveur hem een artikel van de Geneeskundige Sociëteit van Kopenhagen opdat hij een bepaalde zaak van gerechtelijke geneeskunde beter zou kunnen analyseren. Men kan in dit geval dus moeilijk beweren dat er een relatie was met onderliggende theoretische opvattingen.
Aan het einde van de 18de eeuw was de tegenstand sterk verminderd omdat men kennis had genomen van de resultaten van de Engelsman Edward Jenner (1749-1823), die een meer efficiënte en minder omstreden methode gebruikte, namelijk de vaccinatiemethode. Zowat alle artsen uit deze periode, zowel uit de vroege als uit de late 18de eeuw, blijken eensgezind te zijn geweest in hun afkeer ten aanzien van medische systemen en filosofische doctrines. Plaggen, maaien, branden of begrazing, steeds bleef struikheide een erg productieve plant en een belangrijke leverancier van eiwitten voor de schapen, geiten en koeien. Het natuurgebied ligt voor het grootste deel in de gemeente Heeze-Leende, kleinere gedeelten in de gemeenten Waalre en Valkenswaard.
Door de autochtone Reuselnaren wordt het bekende riviertje dat in de Kruisstraat in Reusel ontsprong DE STROOM genoemd.
In Tilburg is dat bijvoorbeeld begin 21e eeuw nog steeds zichtbaar bij pleinen: de Heuvel, het Korvelplein, De Schans en diverse andere.
Als ze al niet zelf in het "kraambed" bleven, raakten ze "uitgekinderd" (een 'dialectisch' (?) woord voor te veel kinderen op korte tijd, waardoor het lichaam uitgeput raakt en verzwakt, en daar kon je dus van sterven) op jonge leeftijd, zie Antoinette Kraans, mijn overgrootmoeder, die gestorven is op 32 jaar, haar jongste kind was slechts 3 jaar.
Met de opkomst van de boekdrukkunst werd er wel wat kennis bewaard maar toch nog niet zo heel veel. Na een door haar geleide baring, waarbij een dochter geboren werd, had de jonge moeder zes weken later weer verlost van een dode zoon, 'tot groete verwondering’.
Maar ook bleef de vurige draad van bedrogen liefde en hartstocht branden, de harde verwijten aan haar verdwenen vriend, de schaamteloze smeekbeden aan zijn adres om weer terug te keren en de hoop om hem nooit meer en altijd weer te zien.
In een ander traktaat, van latere datum, wil hij de neutraliteit van bloed aantonen, bijvoorbeeld door op een onderbouwde en kritische manier te onderzoeken welke invloed zuurwerende poeders uitoefenen op de maag.
Nergens wordt gerefereerd aan het algemene theoretische kader van Bichat, die bijvoorbeeld de organen van de vegetatieve ziel onderscheidt van die van de sensibele ziel; een verklaring in termen van vitale eigenschappen ontbreekt eveneens. Veterum placitis, Legibus Hydraulicis, principiis Mechanicis, Rencentiorum inventis, nee non solidis ac Demonstrativis inde deductis Ratiocinus innixi (Leuven, 1736) van zijn jongere collega Servais-Augustin de Villers, dat nochtans fel werd bekritiseerd door Favelet. De titel van het werk van Favelet, Prodromus apologiae fermentationis in animantibus, instructus animadver sionibus in Librum de Digestione nuper editum, per Clar. Volgens de microscopische waarneming bestaat de structuur van het lichaam uit vezels: spiervezels, capillaire vezels (voor de bloedvaten) en zenuwvezels. Kort na zijn aanstelling zag Buesen zijn loopbaan in de war gestuurd door de revolutionaire onrust van rond de eeuwwisseling, in het bijzonder door de opheffing van de Leuvense universiteit in 1797. Gedurende de hervormingen van het Franse Bewind zou eenzelfde logica van controle op de kennis en de bekwaamheid, ingegeven door nieuwe opvattingen omtrent het begrip volksgezondheid, leiden tot de oprichting van scholen voor verloskunde, die moesten garanderen dat vroedvrouwen een minimale kennis van zaken hadden. Enkele jaren later behaalde de al vermelde Nicolas-Gabriel-Antoine-Joseph Ansiaux (1780-1834) te Parijs het diploma van doctor in de medicijnen. Van alle stromingen hebben vooral het empirisme - uiteraard een meer beredeneerd empirisme - en het pragmatisme een duidelijke stempel gedrukt op het medisch onderzoek in onze gewesten tijdens de 18de eeuw.
Het betreft de volgende akkernamen: de glaope, de aachterste glaope, de vurste glaop, Finke glaop.
Je moest als vrouw toch wel een beetje geluk hebben met de vroedvrouw die je bijstond of niet het ongeluk een moeilijke bevalling te hebben. In haar voordeel was ook haar jarenlange ervaring als assistente in de chirurgenpraktijk van haar eerste man. Dat zijn vergelijkbare cijfers als die van de Verenigde Staten in de eerste veertig jaar van de twintigste eeuw!
Vrouwen bleven namelijk een beroep op haar doen en zij kon het niet aanzien als minder deskundige vroedvrouwen of vroedmeesters vrouwen in nood 'marrtelden'.
In ‘Anna Bijns, van Antwerpen’ maakt Herman Pleij aan de hand van tal van nieuwe gegevens en gezichtspunten op meeslepende wijze duidelijk waarom Anna Bijns tot de grote schrijvers van de Nederlandse literatuur behoort. Laten we er wel onmiddellijk bij zeggen dat ook Bichat geen volstrekt systematisch denker was.
Toen in 1816 een nieuwe universitaire instelling te Leuven werd opgericht, werd hij niet in het nieuwe kader opgenomen omdat hij ervan verdacht werd uitgesproken religieuze sympathieën te hebben.
Pierre-Hubert Nysten (1771-1818) tenslotte vatte zijn medische studies te Parijs aan in 1794, en behaalde er zijn doktersdiploma in 1802.
Hieruit volgde dan ook een bijzonder zwakke en onschuldige variant die - op voorwaarde dat het vaccin goed werd bewaard - volledige bescherming bood tegen verdere aanvallen.
Men aarzelde dan ook niet om vocht te gebruiken dat afkomstig was uit menselijke pokputjes.
Er werd ook geïnvesteerd in de verloskunde, een domein dat traditioneel nooit tot de bevoegdheid van de geneesheer had behoord. Ook de benaming DE REUSEL wordt volgens de heemkundige kring in Reusel pas in de negentiende eeuw voor het eerst gebruikt als riviernaam.
Vrouw Schraders cijfers hadden lager kunnen liggen als zij niet vaak, vooral later in haar loopbaan, bij ernstige gevallen en complicaties geroepen werd.
Op latere leeftijd is het haar nog vergund geweest om te assisteren bij de bevallingen van haar twee dochters (twaalf geboortes in totaal). Pleij zorgt bovendien voor een nieuw licht op leven en werk van deze dichteres uit Antwerpen.
Hesquesium, Medicinae in illustri Parisiensium Universitate, Doctorem, Professorem (Leuven, 1721), is haast even lang als de vorige en toont duidelijk Favelets voorkeur voor een ander theoretisch systeem, eerder gericht op de scheikundige veranderingen in de vloeistoffen dan op de mechanische verandering van het voedsel tijdens de spijsvertering. De rest van zijn korte medische loopbaan lag in Frankrijk; naar Luik keerde hij nooit meer terug. De Luikse school was voorstander van een gemeenschappelijke en methodologische benadering van concrete medische gevallen, een visie die we ook in de geschriften van Jean-Nicolas Comhaire vinden. De artsen en heelkundigen specialiseerden zich in de obstetrie en medische scholen voor vroedvrouwen werden in het leven geroepen. Toch zal het riviertje dat zeer zeker bij het ontstaan van Reusel een belangrijke rol gespeeld heeft, een naam gehad hebben. Haar aanwezigheid kwam dan soms te laat maar zij vermeldde het sterfgeval wel in haar dagboek.
De bewegende vezel, ontleend aan de mechanica, kon zich ontwikkelen tot een zuiver biologisch concept. Daarom is het haast vanzelfsprekend dat we diezelfde ploeg - Ansiaux, Sauveur en Comhaire - opnieuw ontmoeten bij de stichting van de faculteit voor geneeskunde nadat Willem I in 1816 te Luik een rijksuniversiteit had opgericht.
De bestrijding van de pokken in het begin van de 19de eeuw vormde een uitdaging voor de geneeskunde die het proces van de medicalisering van de samenleving op een uitzonderlijke manier heeft versneld. Vanaf het eind van de negentiende eeuw wordt Reusel belangrijk vanwege de sigarenindustrie en de relatief uitgebreide onderwijsvoorzieningen.
Maar voor zover bekend is een oude naam voor dit riviertje nooit in archieven aangetroffen. Voor het beschrijven van haar leven konden lezers tot voor kort zo goed als alleen maar terugvallen op ‘de’ Van den Branden. Aangezien hij permanent in Parijs verbleef, had Nysten geen directe invloed op de vorming van een school voor geneeskunde in Luik. Men kwam tot de vaststelling dat de gezondheid niet langer een louter individuele zaak was.
Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw werd dat beduidend minder: de sigarenindustrie verdween en het voortgezet onderwijs verhuisde naar centraler gelegen plaatsen. Dat was een Antwerpse stadsarchivaris die rond de vorige eeuwwisseling alles wat zich in diverse Antwerpse kronieken en archieven bevond opzocht, met elkaar vergeleek en zodoende achter een aantal belangrijke gegevens kwam.
Wel is Reusel als uitgaanscentrum van groot belang en ook de betekenis als grensplaats mag niet onderschat worden. In 1911 verscheen zijn verslag daarvan in ‘Anna Bijns, Haar leven, hare werken, haar tijd, 1494-1575.
De methode die hij volgde bij zijn onderzoek naar de morfologische en fysiologische eigenschappen van organen en weefsels van zieken en gezonden, en het algemene theoretische kader waarin hij zijn experimenten en bevindingen plaatste, lagen in de lijn van het werk van Bichat. Belgen komen veelvuldig naar Reusel om er boodschappen te doen in het dorpscentrum met zijn uitgebreid winkelapparaat.
Zou ze enig idee hebben gehad van het belang van haar dagboek, dat drie eeuwen later nog steeds gelezen wordt? Een ander punt van overeenkomst is dat ze allebei, met het oog op hun experimenten, in deze in politiek opzicht heel bijzondere periode lijken probeerden te bemachtigen van personen die door het regime waren terechtgesteld! Het gemeentehuis en de - in hetzelfde pand ondergebrachte - bibliotheek nemen in dat centrum een opvallende plaats in. Dat Van den Brandens werk geen eitje was, mag blijken uit het feit dat er in het Antwerpen van het midden van de 16e eeuw maar liefst zo’n vijf vrouwen die de naam ‘Anna Bijns’ droegen… Bijns werd geboren als dochter van een welgestelde ‘kousenmaker’ (kleermaker dus, maar met als specialiteit broeken) in het prachtige pand ‘De Cleyn Wolvinne’ aan de Grote Markt. Na de (vroege) dood van haar vader moet het gezin verhuizen naar een kleiner pand aan de Keizerstraat. En na de dood van haar moeder en het late huwelijk van haar broer moet zij ook daar weg en verhuist ze naar een nog veel kleiner huisje in dezelfde straat.
Het beleg van Antwerpen door de ‘spitsboef’ (dixit Van den Branden) Merten van Rossum volgt en ten slotte arriveert Alva met zijn schrikbewind. De welvarende en handeldrijvende bewoners van de stad vluchten en Spaanse soldaten maken met hun invallen in willekeurige huizen van onschuldige burgers het verval van de voormalige metropool compleet.
Bijns groeide desondanks uit tot de eerste zelfstandige, dichtende en publicerende vrouw in de Nederlandse letteren.



Homeopathic medicine diabetes type 2 gevolgen
Diabetes waarden nederland fm
Pw x fpds ng




Comments

  1. Anar_sixaliyev

    Cramp, swell, creates extreme mucus or offers you thing.

    03.04.2015

  2. boks

    Physique just could not perform anymore regardless that they were modest intakes of excessive-quality.

    03.04.2015

  3. vefa

    Diabetes comes from medical patient to find ways to replace harmful foods with heart.

    03.04.2015

  4. sevgi

    Excessive protein weight-reduction plan is to be sure.

    03.04.2015

  5. Anastasia

    Mediterranean weight loss plan slow or halt.

    03.04.2015